Tijdens het lanceringsevenement van het NAI mediationreglement, dat op 30 juni 2026 plaatsvond bij A&O Shearman in Amsterdam, stond bemiddeling bij commerciële geschillen centraal. Het evenement markeerde de lancering van het nieuwe mediationreglement van het NAI, waarmee het aanbod op het gebied van geschillenbeslechting werd uitgebreid.
De middag begon met een welkomstwoord van Hilde van der Baan, voorzitter van het NAI-bestuur en partner bij A&O Shearman.

Interactieve paneldiscussies
Op het programma stonden drie boeiende paneldiscussies over verschillende aspecten van commerciële bemiddeling. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste inzichten die uit deze discussies naar voren kwamen.

Panel 1: Eva Knipschild (Reuling Schutte, moderator), Jan Willem Loman (Youmanfischer), Eline van Tijn (Mediation Amsterdam) en Peter Kamminga (Kamminga Mediation)
Mediation first: slimme geschillenbeslechting of gewoon weer een procedurele hindernis?
Je kunt nooit te vroeg beginnen met mediation, en mediation is geschikt voor elk soort geschil. Mediation werkt echter het beste wanneer partijen vrijwillig deelnemen. Het succes van mediation hangt sterk af van een goede voorbereiding, zowel door de mediator als door de partijen. Partijen moeten bijvoorbeeld nadenken over wat het minimale resultaat zou moeten zijn, wat er onder de verzekering valt en wat de kansen voor de rechter zijn. De mediator moet er rekening mee houden dat partijen vaak terughoudend zijn. De mediator kan proberen de partijen te begeleiden naar een constructieve bemiddeling, bijvoorbeeld door middel van persoonlijke intakegesprekken. Punten waarover een oordeel moet worden gevormd, kunnen een hindernis vormen. Maar ook hier kan een goede voorbereiding helpen om daar duidelijkheid over te krijgen.
Een ‘mislukte’ bedrijfsbemiddeling is zelden tijdverspilling; het schept duidelijkheid over het geschil en de belangen. In een impasse kan een mediation de deelnemers helpen een oplossing te vinden door een voorstel te doen of door een reeks alternatieven aan te dragen.

Panel 2: Tomas Vaal (NAI, moderator), Nelleke van Thiel-Wortmann (Reuling Schutte), Manon Schonewille (Tool-Kit Company) en Aloysius Goh (International Mediation Institute)
De proactieve mediator. Hoe ver mag een mediator gaan?
Het uiteindelijke doel van mediation is om gezamenlijk een uitweg uit de situatie te vinden. Het minimale doel is om meer duidelijkheid te krijgen. Dit vereist vanaf het begin een proactieve mediatordie structuur aanbrengt in het proces en de inhoud. Dit begint met een operationeel gesprek om te bespreken wie, wat en wanneer, gevolgd door vertrouwelijke, afzonderlijke gesprekken. De mediator moet proberen de weerstand van de partijen te overwinnen door te luisteren, vragen te stellen en suggesties te doen met betrekking tot het proces. Bij zakelijke bemiddelingen is het van belang “wie” bevoegd is om bepaalde beslissingen te nemen. Het is ook belangrijk om rekening te houden met de bedrijfsdynamiek.
Bij zakelijke mediation vragen partijen vaak om een proactieve mediator. Dat betekent zeker niet dat de bemiddelaar met een oplossing moet komen; een proactieve mediator is geen arbiter. Het betekent wel dat hij probeert de kloof te overbruggen met suggesties over welke informatie nuttig kan zijn, door leiderschap te tonen, het proces in goede banen te leiden of een bemiddelingsvoorstel te doen. Daarmee worden partijen uit hun vastgeroeste denkpatroon gehaald.
Een goede tip is om de advocaten erbij te betrekken. Niet per se aan de mediationtafel, maar de advocaten moeten wel op de hoogte worden gehouden.

Panel 3: Gerard Meijer (Linklaters, moderator), Jacques de Waart (Kantoor De Waart), Cyril Dumoulin (Shell) en Jeremy Lack (Quadrant Chambers)
Het combineren van mediation, arbitrage en bindend advies (expertdeterminatie)
De vraag moet niet zijn: „arbitrage of bemiddeling?”, maar: „wat is de beste strategie?”. Niet alleen vanaf het begin, maar ook wanneer er een geschil ontstaat. Alle betrokkenen – raadslieden, mediator, andere belanghebbenden en zelfs een instelling – moeten overwegen wat het beste is. In de VS wordt gebruikgemaakt van verplichte mediation met de mogelijkheid om na de eerste bijeenkomst af te zien van verdere mediation. Maar de verplichting tot mediation kan tot weerstand leiden. Een alternatief voor verplichte mediation is een verplichte conflictdiagnose, waarbij iemand de partijen de opties laat zien. Het kan nuttig zijn om mediation en arbitrage te zien als geïntegreerde processen, in plaats van als opeenvolgende processen. Er moet sprake zijn van flexibiliteit en meer samenwerking tussen de arbiter, de bemiddelaar en de beslisser.
Conclusie
Het nieuwe NAI mediationreglement biedt de mogelijkheid om mediation en arbitrage te combineren en te integreren (artikel 14). Tijdens de discussie kwam ook aan de orde of het NAI secretariaat een actievere rol zou moeten spelen bij het begeleiden en ondersteunen van partijen bij het vaststellen en selecteren van de meest geschikte ADR-procedure voor hun geschil. Deze vraag zal ongetwijfeld ook in de toekomst de aandacht blijven trekken en mogelijk een plaats krijgen in de verdere ontwikkeling van de dienstverlening van het NAI op het gebied van geschillenbeslechting.
Klik hier voor meer informatie over het nieuwe mediationreglement van het NAI.