Tehran urban landscape 2010. Photo: Chris Luth
Het tweede debat in het NAi over
Teheran vond plaats op 17 februari. Wouter Vanstiphout, hoogleraar Ontwerp en
Politiek aan de Technische Universiteit Delft, introduceerde Farrokh Zonouzi,
een bekende architect en stedenbouwkundige uit Teheran. Zonouzi is partner van
Bavand Consultants, die het derde en meest recente masterplan voor Teheran
hebben ontworpen. Hij was uitgenodigd om de rol te bespreken die het masterplan
inneemt in de ontwikkeling van deze metropool.
In zijn inleiding stelde Wouter
Vanstiphout de functie van het maken van masterplannen in het algemeen ter
discussie zonder specifiek in te gaan op het onderwerp Teheran. Met de term
‘masterplan’ verwijzen we naar ‘iets dat onmogelijk is te ontwerpen en uit te
voeren’. Enerzijds wordt in een masterplan een stad voorgesteld waar alles zich
op de juiste plaats bevindt, toegankelijk is, en bovendien schoon en veilig.
Anderzijds is het mogelijk dat de burgers van die stad zich niet
vertegenwoordigd of begrepen voelen, of zelfs niet gerespecteerd door het
ontwerp, de plannen en de strategieën die wij als planners ontwikkelen. Sinds
1960 is vanuit verschillende invalshoeken gekeken naar het fenomeen
‘masterplanning’: zowel een progressief als een autocratisch en onderdrukkend
instrument, een middel dat individuele verantwoordelijkheden elimineert en
maatregelen van de staat van boven af oplegt. Vanwege de snelle urbanisatie
zijn we ons echter tegelijkertijd in toenemende mate bewust van de noodzaak van
een masterplan. ‘De traditie van stedenbouw kent dientengevolge twee lagen in
het onderbewustzijn van planning,’ zo betoogde Vanstiphout. ‘De ene is liefde
voor de stad, voor haar veelzijdigheid en openbaarheid; de andere is wantrouwen
en zelfs haat. Moderne stedenbouw is boven al verbonden met de diepgewortelde
angst voor de Victoriaanse megastad en haar ongeordende en chaotische aanblik.’
Vandaar die nadruk op controle, monitoring en opgeruimdheid. ‘Wat is dus
precies een masterplan? Is het master-plan
een manier om onze liefde voor de stad tot uitdrukking te brengen en haar
leefbaar te maken voor zoveel mogelijk mensen, waardoor de stad haar rol kan
blijven vervullen als bron van verandering en hoop? Of gaat het hier om het Master’s Plan, een werktuig dat
ontwikkeld is door de staat en machtige elites om de stad te beheersen en
manipuleren?’
Zonouzi begon zijn presentatie met
een antwoord: ‘Persoonlijk denk ik vaak dat we masterplannen ontwerpen om tot
uitdrukking te brengen wat we niet moeten doen.’ Aansluitend op Ali Madanipours
opmerkingen in de voorgaande discussie over de groei van Teheran, besprak
Zonouzi de drie meest recente masterplannen voor Teheran, waarbij hij deze plannen en hun rol in de stadsontwikkeling
vergeleek. Het eerste masterplan omvatte de aanleg van een dicht netwerk van
snelwegen, het ontwerp van een nieuw centrum ten noorden van het oude
stadscentrum van Teheran en de aanleg van tien nieuwe wijken. Alleen de
belangrijkste snelwegen werden daadwerkelijk gerealiseerd. Het tweede
masterplan stelde voor te komen tot vijf stedelijke sectoren in Teheran; het
werd evenmin uitgevoerd. ‘Omdat het doel van deze kaarten was de stad te
beheersen en niet te ontwikkelen,’ merkte Zonouzi op. Het derde masterplan
toonde een andere aanpak: ‘Het derde masterplan ontstond op initiatief van
stedenbouwkundigen en niet van de overheid.’ Hij onderstreepte dat dit eerder
een ‘strategisch plan vormt dan een masterplan’, een kader waarbinnen ‘de
nadruk ligt op het proces’. Voor het eerst stelde dit masterplan voor Teheran
een benadering op meerdere schaalniveaus voor: regio, stad, en wijk. Het
introduceerde ook wijkplannen die ontworpen waren door een aantal verschillende
stedelijke consultants. ‘We concentreerden ons op het bedenken van een
democratische manier van omgaan met de stad,’ legde Zonouzi uit, ‘en wilden
niet vertrouwen op een simpele kaart.’
‘Mogen we dit meest recente
masterplan voor Teheran zien als een zone die gevrijwaard is van hegemoniale
macht?’ vroeg Vanstiphout. Zonouzi antwoordde ‘Er zijn hegemoniale machten
betrokken, maar die worden tot uitdrukking gebracht of vertegenwoordigd door
andere middelen dan masterplannen.’ Technische termen voor ideale steden –
zoals creative cities, sustainable cities en dergelijke – zijn
zo vaag dat niemand er tegen in verzet komt. Het cruciale punt is ‘het proces
van de implementatie van deze plannen’. Zonouzi noemde historische voorbeelden,
zoals het enorme Safawidische Plein van
de Imam in Isfahan, dat grootse ruimtelijke monument geconstrueerd in
opdracht van de Sjah om politieke macht te representeren binnen de stedelijke
structuur, of de grote avenue die aangelegd werd om indruk te maken op de
vertegenwoordigers van de Westerse machten die te gast waren in het koninklijk
paleis. ‘In die zin zijn masterplannen de materiële belichaming van
overheidsmacht binnen de stedelijke structuur.’ Maar de staat intervenieert
niet meer op deze manier; alles is veel gecompliceerder geworden. Teheran zelf
is het decor geworden voor sociale manifestaties, zoals we gezien hebben.
Zonouzi merkte op dat dichtheid de enige eis was die de stadsbestuurders
stelden bij het ontwerpproces van dit masterplan, om te garanderen dat de
investeringen van de ontwikkelaars zouden renderen. Heden ten dage zijn de
problemen van Teheran veel groter en te complex om gezien te kunnen worden als
een directe manifestatie van de macht van een regering. Het derde masterplan
voor Teheran is een ‘ideaal’, ook voor de ontwerpers ervan, maar ‘de vraag is
hoeveel ervan zal worden uitgevoerd, of liever, of de gezagdragers het zullen
uitvoeren.’
Om het masterplan te depolitiseren
moeten de planners zelf politici zijn. Het is te weinig specifiek masterplannen
te bespreken als symbolische representaties van gecentraliseerde en soevereine
politiek macht. Dat is even vaag als slogans zoals ‘een Iraans-Islamitische
identiteit voor de stad Teheran’, die weliswaar gebruikt worden door de Iranese
overheid en planners maar niet begrepen worden door hen. Indien planners zich
zouden bezighouden met het vraagstuk van het gebrek aan openbare ruimte in
Teheran, wat zouden daarvoor de redenen kunnen zijn, en hoe kan dit
ondergebracht worden in een masterplan? In hoeverre belichaamt Abbas Abad
Hills, het nieuwe stedelijke centrum in het meest recente masterplan voor
Teheran, attitudes en doelstellingen die afwijken van dat wat meer dan 50 jaar
geleden werd voorgesteld in het eerste masterplan (1968), dat tot stand kwam
tijdens het bewind van de Sjah?
Feit is dat de stad als
socio-culturele, economische en politieke eenheid zelf de arena is voor de
symbolisering van de macht van staat en burger. Zoals Zonouzi uitlegde, zijn
grootstedelijke processen nu echter zeer complex terwijl de discussie over
masterplannen als absolute politieke actie te weinig specifiek is. Daarmee
blijft de vraag openstaan of Teheran is
wat we ervan verwachten, de absolute ruimtelijke manifestatie van politieke
macht en het ideologische en praktische verzet daartegen? Of is de stad een
amalgaam van verschillende historische, culturele, socio-politieke, natuurlijke
en economische krachten die onderling met elkaar verbonden zijn en de stad
beïnvloeden, en tegelijkertijd elkaar hervormen en vervormen?
Verslag: Negar Sanaan Bensi
Ondanks de empirische analyse die Teheran beschrijft als een van de potentiële mega-groei-steden, laten de media doorgaans de exotische beelden zien van een paradoxale stad. Maar waar vinden we nu de echte stad? Wat zijn de unieke kwaliteiten en gebouwen? Op 20 januari 2011 werd het eerste in-house debat over Teheran gevoerd. In het kader van de reeks debatten Where is Tehran? werd Ali Madanipour, professor Stedenbouwkunde aan de universiteit van Newcastle (Groot-Brittannië) uitgenodigd om een overzicht te geven van de stad.
> Lees meer...

2011 was het jaar van het protest. Protesten
sierden het Tahir plein, Wallstreet en de voet van de Acropolis. De Spanjaarden
protesteerden tegen hun oude regering, de Russen tegen hun nieuwe oude regering
en de Belgen protesteerden tegen helemaal geen regering. Amerikaanse prof basketbalspelers
protesteerden vóór meer salaris, Nederlandse Kamerleden tegen linkse hobby’s en
vrouwen in Saoedi-Arabië vóór het verkrijgen van hun rijbewijs.
Maar waar was het protest onder architecten?
Waar was het protest in de architectuur?
> Lees meer...
Februari 2011 | Het NAi heeft wegens verbouwing zijn deuren tijdelijk
gesloten, en daarom hebben we een expositie gemaakt buiten de muren van
het gebouw! Met UAR, de smartphone-applicatie van het NAi, ontdek je de
geschiedenis van de directe omgeving van het NAi: het Land van Hoboken.
Allerlei inspirerende plannen en ideeën voor dit gebied zijn
samengebracht in UAR. Wat werd er nooit gebouwd? En wat is er alweer
gesloopt?
> Lees meer...
Tentoonstelling
17
november
2007
- 24
februari
2008
|
Met '1:500 Ontwerp
Heesterveld' gafwoningcorporatie Ymere in 2007/2008 in samenwerking met het NAi een
stimulans aan de herinrichting van de wijk Heesterveld in Amsterdam Zuidoost. Te zien waren de winnende ontwerpen van Micha de Haas architecten en M3H architecten, en de plannen van de overige genomineerden: Bureau Inbo, FARO architecten, Dittmar Architecten BNA en Bureau Marco Henssen architecten.
> Lees meer...
Tentoonstelling
01
maart
2008
- 04
mei
2008
|
Van 1 maart t/m 4 mei 2008 organiseerde het NAi een serie publiekshappenings (concerten, theatervoorstellingen, interactieve videoprojecties, debatten, diners en performances) in en om een installatie die architect Wiel Arets speciaal voor het NAi ontwierp.
> Lees meer...