Heeft u opmerkingen of vragen over de site? Leg ze voor aan de NAi webredactie.
Links: brochure waarin opgeroepen wordt tot steun voor een architectuurmuseum, 1980. Collectie: NAi, Archief SAMU. Rechts: Commissie voor het architectuurmuseum, met onder andere Jan Kalf en K.P.C. de Bazel, ca. 1920. Foto: Collectie NAi, Archief NDBK
Het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam is het resultaat van anderhalve eeuw inspanningen om een architectuurmuseum te realiseren. De doorbraak halverwege de jaren tachtig, toen ook de politiek zich achter dit initiatief schaarde, was te danken aan een toenemende erkenning van de culturele betekenis van architectuur en stedenbouw. De vraag waar zo'n architectuurmuseum gevestigd moest worden, is echter lang onderwerp van discussie geweest.
Fusie
Het NAi is voortgekomen uit een fusie van drie relatief kleine Amsterdamse culturele instellingen: het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst (NDB), Stichting Wonen en de Stichting Architectuurmuseum (SAM). Het particuliere SAM was in 1955 opgericht als vervolg op eerdere initiatieven, die teruggaan tot halverwege de negentiende eeuw, om een architectuurmuseum op te richten. De stichting was samengesteld uit vertegenwoordigers van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) en het Genootschap Architectura et Amicitia.
Beheer
De SAM had de taak om archieven te verzamelen, en zo een collectie op te bouwen voor het toekomstige museum. Het museum zelf was echter nooit van de grond gekomen. Toen de overheid belangstelling kreeg voor deze archieven werd in 1970 het NDB in het leven geroepen als zijtak van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Het NDB kreeg het beheer over de archieven die sinds 1955 door de SAM waren verzameld, en de archieven die bij het Rijksmuseum waren opgeslagen. De SAM bleef zelf ook archieven verzamelen omdat zij als particuliere stichting andere financiële bronnen kon aanboren, en niet alle architecten hun archief wilden nalaten aan het Rijk.
Collecties
Het NDB begon, in samenwerking met de SAM, tentoonstellingen te organiseren in het gebouw van het NDB aan de Droogbak in Amsterdam. Het was het voormalige Rijksadministratiegebouw, dat door de kleine ruimtes niet geschikt was voor exposities. Stichting Wonen deed in de Leidsestraat, met rijkssubsidie, min of meer hetzelfde. De stichting was aanvankelijk opgericht als consumentenorganisatie die voorlichting gaf over verantwoord wonen. Later gaf ze vooral stem aan actiegroepen in stadsvernieuwingswijken. Vanuit die invalshoek werd de geschiedenis van de architectuur en stedenbouw bestudeerd. Ook Stichting Wonen maakte allengs meer gebruik van de collecties van het NDB. Vanaf 1982 hebben de drie organisaties naar mogelijkheden gezocht om hun krachten te bundelen.
> Tentoonstelling over het werk van Sybold van Ravesteyn in de Droogbak, 1977. Foto: Collectie NAi, Archief NDBK.
> Voor opslag van archieven waren ruimte en faciliteiten ontoereikend in de Droogbak. Foto: Collectie NAi, Archief NDBK.
Vijfpartijenoverleg
Elco Brinkman, toenmalig minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC), onderzocht hoe het Rijk zou kunnen bijdragen aan de totstandkoming van een architectuurmuseum, waarin deze drie organisaties zouden opgaan. In 1984 werd een vijfpartijenoverleg in het leven geroepen met vertegenwoordigers van het bouwministerie, het cultuurministerie, en de drie beoogde fusiepartners.
Huisvesting
Het resultaat van dat overleg was een nota over het ontwerp van het NAi als organisatie. Het zou een particuliere instelling worden die structureel door het Rijk gesubsidieerd zou worden. De initiatiefnemers zagen het nieuwe instituut graag gehuisvest in thuishaven Amsterdam. De gemeente had daartoe de Beurs van Berlage beschikbaar gesteld. Architectenbureau Benthem/Crouwel maakte een gebruiksstudie voor het gebouw.
Achterstelling
De Gemeente Rotterdam had eerder al de voormalige bibliotheek aan de Botersloot aangeboden als mogelijke huisvesting, een pand uit 1923 van architect D.B. Logeman. De achterstelling van Rotterdam door het Rijk bij de verdeling van subsidiegelden voor cultuur, was een belangrijke reden voor het gemeentebestuur om te pleiten voor huisvesting in Rotterdam. Rotterdam had tot dan toe geen enkele nationale culturele instelling, en getroostte zich veel moeite om een levendig cultureel klimaat te scheppen. Rotterdam liet Rem Koolhaas een verbouwing en uitbreiding van het oude bibliotheekgebouw ontwerpen om de initiatiefnemers over de streep te trekken. Brinkman was gevoelig voor het argument van cultuurspreiding. Hij vond het niet juist dat alle overheidsgelden naar Amsterdam vloeiden, waardoor het cultuurlandschap buiten de hoofdstad een dorre vlakte bleef. Eind 1984 nam hij de beslissing het instituut in Rotterdam te vestigen.
> Maquette van de verbouwing van de voormalige bibliotheek aan de Botersloot
in Rotterdam, door Rem Koolhaas, 1984. Collectie: NAi/MAQV.
> Schetsontwerp voor het architectuurmuseum in de voormalige bibliotheek
aan de Botersloot in Rotterdam van Rem Koolhaas, 1984. Collectie: NAi,
Archief OMAR.
Dwars
Er stak een storm van protest op tegen deze beslissing, in de vakwereld, maar ook bij de drie fusiepartners. Stichting Wonen en SAM zetten de voet dwars en weigerden verder deel te nemen aan de fusiebesprekingen. Ze vreesden dat het wat sombere gebouw aan de Botersloot weinig publiek zou trekken in vergelijking met de Beurs van Berlage. Bovendien waren ze niet gediend van de politieke inmenging op dit gebied: het voorspelde weinig goeds voor de onafhankelijkheid van het toekomstige instituut. Het NDB kon als ambtelijke organisatie niet veel uitrichten, maar steunde de protesten wel.
> Onder de vele adhesiebetuigingen was die van de kleinkinderen van Berlage, die pleitten voor vestiging in de Beurs te Amsterdam. Collectie: NAi, Archief NDBK.
> Genodigden in het auditorium tijdens de officiële opening van het NAi op 29 oktober 1993. Op de eerste rij architect Jo Coenen, NAi-directeur Adri Duivesteijn, burgemeester Bram Peper en Koningin Beatrix. Foto: Jannes Linders.
Nieuwbouw
De minister bleef echter bij zijn beslissing. SAM stemde uiteindelijk in met Rotterdam, vanuit de overtuiging dat de oprichting van het NAi belangrijker was dan de plaats waar het zou komen. Voor Stichting Wonen waren zowel het gebouw aan de Botersloot als de locatie een onoverkomelijke hindernis. Ze stemde pas toe toen de minister nieuwbouw toezegde, gefinancierd door het Rijk. Een geschikte locatie werd gevonden in het Museumpark, een gebied dat zich zou ontwikkelen tot het culturele hart van Rotterdam.
"Benthem en Crouwel hebben naar mijn mening het meest rustige en
evenwichtig, toch duidelijk originele ontwerp gemaakt."
> Lees meer...
Al vanaf het einde van negentiende eeuw werden architectuurtekeningen
van vooraanstaande architecten verzameld, maar pas zo’n honderd jaar
later werden die verzamelingen ondergebracht in een architectuurmuseum:
het NAi.
> Lees meer...
Lezing/debat/symposium
04
februari
2010
20:00
|
Goede architectuur begint met helder denken, betere oplossingen ontstaan door dieper te graven. Naar aanleiding van het 30-jarig jubileum van het architectenbureau Benthem Crouwel en het verschijnen van de publicatie BC AD, gaf architect Jan Benthem op donderdag 4 februari een lezing in het NAi.
> Lees meer...
Het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) is méér dan een museum. Het is een archief, museum, bibliotheek en cultureel podium ineen.
> Lees meer...
Tentoonstelling
08
december
2004
- 24
april
2005
|
Een bibliotheek als cultuurwarenhuis of als mediastad is tegenwoordig vanzelfsprekend. Maar lange tijd was lezen voorbehouden aan een kleine elite. Vanaf 1850 ontstonden overal bescheiden openbare 'leeskabinetten', gesticht door vooraanstaande burgers. Pas in de twintigste eeuw werd de bibliotheek als openbaar gebouw een belangrijk stedelijk fenomeen. De NAi tentoonstelling 'Boekenstad. De bibliotheek en de stad
1850-1990' uit 2004 toonde de ontwikkeling van
de bibliotheek als gemeenschapsgebouw in tekeningen en maquettes.
> Lees meer...