Luchtfoto van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Foto: Technisch Foto Bureau Gouda. Collectie NAi, archief WILS
Juni 2008| Architect Jan Wils (1891-1972) ontwierp het Olympisch stadion in Amsterdam voor de Spelen van 1928. In een nieuw-zakelijke stijl, met invloeden van Berlage en Dudok. Hoewel vakgenoten het bouwwerk als ‘onevenwichtig’ bekritiseerden, was het eindoordeel overwegend gunstig. Hij kreeg er tijdens de Spelen een gouden medaille voor. In het archief van Wils zitten prachtige foto’s van de bouw en de architectuur van het stadion. Een aantal daarvan is te zien op de tentoonstelling Olympisch vuur: spelen met de toekomst, andere kunt u hier op de website bekijken.
De collectie van het NAi bevat veel bijzondere fotocollecties. In het archief van Jan Wils (1891-1972) speelt fotografie een belangrijke rol. Niet alleen vanwege de omvang en de esthetische waarde van de collectie, maar ook omdat de foto’s nu een belangrijke aanvulling betekenen op het incomplete tekeningenarchief. Jan Wils liet al vroeg in zijn carrière gebouwen fotograferen. De foto’s van de bouw en de architectuur van het Olympisch Stadion in Amsterdam vormen zowel kwalitatief als kwantitatief het hoogtepunt van de collectie. Niet verwonderlijk, aangezien het stadion de eerste grootschalige opdracht was die Wils ten uitvoer bracht.
Sportliefhebber
In 1923 kreeg Amsterdam de Spelen van 1928 toegewezen. Het nationale stadion naar ontwerp van Harry Elte dat in 1914 in gebruik genomen was, werd te klein geacht om als Olympisch Stadion te kunnen dienen. Architect Jan Wils werd aangewezen om het te verbouwen. Tijdens de Spelen van Parijs enkele maanden daarvoor had hij als jurylid van de Kunstcompetitie relaties aangeknoopt met bestuursleden van het Nederlands Olympisch Comité. Wils was een verwoed sportliefhebber en met zijn 33 jaar al een gerespecteerd architect. Hij was lid geweest van kunstenaarsbeweging De Stijl, en had de ideeën van Mondriaan en Van Doesburg vertaald naar een bouwkunst die getypeerd werd door rechthoekige vormen en platte daken. Maar meer nog liet hij zich inspireren door de architectuur van Frank Lloyd Wright, H.P. Berlage en M. Dudok. Toen hij de opdracht kreeg, had Wils de Papaverhof (1921) al gebouwd. De horizontale lijnen in dat ontwerp, de verspringende daken en gevels en de overstekende luifels zijn ook in de architectuur van het nieuwe stadion terug te vinden. 
> Jan Wils op zijn kantoor met een van zijn medewerkers, ca. 1935. Foto: Erich Salomon. Collectie NAi, archief WILS. © Bildarchiv Preussischer Kulturbesitz, Berlijn.
Ruimte voor Plan Zuid
Het in 1917 gestarte Plan Zuid van Berlage zou een laatste uitbreiding moeten krijgen op de locatie waar het stadion van Elte stond. De gemeente Amsterdam vroeg de eigenaar ervan, Stichting Nederlands Sportpark, afstand te doen van het gebouw, in ruil voor een nieuwe locatie, waarop een geheel nieuw stadion gebouwd zou worden. Voor Wils was dit natuurlijk een veel aantrekkelijker opdracht. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee hij de opdracht kreeg, zonder dat er een prijsvraag aan vooraf ging, werd in de vakwereld niet gewaardeerd. In 1926 presenteerde Wils zijn ontwerp, op 18 mei 1927 werd de eerste steen gelegd en op 1 mei, 17 dagen voor de opening van de Spelen, werd het stadion opgeleverd. Tijdens de Spelen fungeerde het oude stadion van Elte nog als tweede Olympisch stadion, maar in de winter van 1929 werd het afgebroken om plaats te maken voor woningbouw.
Technische prestatie
De tribune van het stadion had aan weerszijde twee overdekte gedeelten: de ere- en marathontribune. De ijzeren overkappingen hadden kolommen die zover naar achteren waren geplaatst dat de meeste toeschouwers een onbelemmerd uitzicht hadden. Met vrijhangende overstekken van respectievelijk ruim elf en zeventien meter werden voor die tijd indrukwekkende technische prestaties geleverd. Op het voorplein ontwierp Wils een slanke toren, als contrast met de overheersende horizontale lijnen van het stadion. Deze Marathontoren, afgedekt met een grote schaal waarop de Olympische vlam brandde, werd het symbool van de Spelen en een veelgebruikt silhouet op vaandels en affiches.
Kritiek
Het ontwerp van Wils werd over het algemeen positief gewaardeerd, maar er was ook kritiek van vakgenoten, gekleurd misschien door het feit dat zij bij gebrek aan een prijsvraag buitenspel waren gezet. De meest gehoorde kritiek betrof het gebrek aan evenwicht tussen de binnen- en buitenkant van het stadion. De binnenkant was met zijn open constructie licht, luchtig, strak en zakelijk. Aan de buitenkant was het betonnen skelet weggewerkt achter een gesloten façade van donkere baksteen. “Het geheel is te zwaar, te log, zelfs de openingen zijn log, het mist luchtigheid, die mogelijk is met moderne bouwmiddelen, het mist levensvreugde”, betoogde een recensent van Het Vaderland. (1)
‘Bakstenen roekeloosheden’
Volgens criticus professor J.G. Wattjes was het juist verstandig van Wils om niet het extreme modernisme van die tijd te volgen, omdat een gebouw van die belangrijkheid nog minstens een halve eeuw mee moest. Architect Ben Merkelbach laakte weliswaar de zware monumentaliteit van het stadion, maar kwam tot de conclusie dat “het stadion veel belangrijks te zien geeft en men zich niet zal behoeven te schamen deze proeve van Nederlandsche architectuur aan buitenlanders te toonen.” (2) Architect Arthur Staal schreef in De 8 en Opbouw: “In Holland is het Amsterdams stadion ontgetwijfeld het belangrijkste sportcomplex: maar de ijzeren kappen en lichtmasten, de betonnen amphitheaters en de bakstenen roekeloosheden zijn wel erg in disharmonie.”(3) 
> De bakstenen buitengevel van het stadion. Foto: Technisch Foto Bureau Gouda. Collectie NAi, achief WILS
Kampioenen
De grootste lofuiting voor het stadion kwam van de jury van de kunstcompetitie op de Spelen van 1928. Die kende Wils een gouden medaille toe voor het gehele complex, waardoor de naam van Wils nog altijd terug te vinden is op twee marmeren tafels in de catacomben van het stadion, tussen de namen van andere Olympische kampioenen als Bep van Klaveren en Johnny Weismuller.
Gerenoveerd
Van het complex, dat verder bestond uit onder andere een zwembad, personeelswoningen en een gebouw voor krachtsport, is alleen het stadion nog over: de andere gebouwen zijn direct na de Spelen al afgebroken. Het stadion zelf, dat in de jaren tachtig met sloop werd bedreigd, is in 1992 op de monumentenlijst geplaatst en gerenoveerd. Daarbij zijn de betonnen ring, een uitbreiding uit de jaren dertig, en de wielerbaan uit het oorspronkelijke ontwerp verdwenen.
Bekijk Olympische stadions op een tijdlijn
Van het Velodrôme uit 1900 tot het Olympisch Stadion van London 2012
Noten
1. Het Vaderland, 16 juli 1928. Geciteerd in: Jan Wils : Olympisch Stadion
2. Groene Amsterdammer, 28 juli 1931. Geciteerd in: Jan Wils : de Stijl en verder
3. De 8 en Opbouw, 1935, nr. 6. Geciteerd in: Jan Wils : de Stijl en verder
Gebruikte literatuur
Het Olympisch stadion / Tijs Tummers en Bart Sorgdrager. – Amsterdam : Bas Lubberhuizen, 2000
Jan Wils : De Stijl en verder / Herman van Bergeijk. – Rotterdam : Uitgeverij 010, 2007
Jan Wils : Olympisch Stadion / Olf Kiers. - Amsterdam : Van Gennep ; Stichting Architectuur Museum, 1978. - 28 p. ; ill., foto's, plgr., tek. ; 28 cm. - (Monografieën van de Stichting Architectuur Museum)
Meer lezen
Olympiade-nummer. - [S.l.] : Klei, 1928. - [7] p. : ill., foto's ; 32 cm. - (Klei ; jrg. 20, nr. 11)
Herinnerings-album aan de in 1928 te Amsterdam gehouden Olympische Spelen. - [S.l. : s.n., 1928?]. - 32 p. : ill., foto's ; 20x28 cm
Olympisch Stadion Amsterdam : een historische schets / Maurits Nibbering. - 2e verb. dr. - Amsterdam : Stichting De Finale, 1991. - 10 p. : ill. ; 30 cm 1e dr.: 1991
Herinneringsboek bij gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de N.V. Het Nederlandsch Sportpark : de geschiedenis van twee stadions : het eerste Amsterdamsche stadion 1914-1929 en het Olympisch stadion 1926 tot heden / met een schrijven van Z.K.H. den Prins der Nederlanden ; [met bijdr. van J. Feith]. - Amsterdam : [s.n.], 1937. - 47 p. : ill., foto's ; 27 cm
Gebouwen en terreinen voor gymnastiek, spel en sport : handleiding voor den bouw, den aanleg en de inrichting / P.W. Scharroo, Jan Wils ; met voorw. van Pierre de Coubertin. - Amsterdam : Prometheus, 1925. - 266 p. : ill., foto's, plgr. ; tek. ; 29 cm
Het drieluik van Wils : het Olympisch Stadion en de Citroëngarages / Tijs Tummers en Bart Sorghedrager. - [Amsterdam] : Bas Lubberhuizen, 2002. - 143 p. : ill., foto's ; 20x24 cm
Foto's van de bouw van het Olympisch Stadion in Amsterdam (1928) uit het archief van Jan Wils.
> Lees meer...
Foto's van de architectuur van het Olympisch Stadion in Amsterdam (1928) uit het archief van Jan Wils.
> Lees meer...
Tentoonstelling
| NAi Rotterdam - Zaal 1
| 31/05/08-21/09/08
Wat betekent het voor Nederland als we de Olympische Spelen in 2028 zouden mogen organiseren? In 2008 fantaseerde en speculeerde het NAi een hele zomer lang over sport en ruimte, water en energie, landschap en infrastructuur in een tentoonstelling over de toekomst van Nederland: ‘NL28 Olympisch vuur’.
> Lees meer...
Tentoonstelling
17
april
2004
- 22
augustus
2004
|
De eerste thematische tentoonstelling van GeWoon Architectuur, Woonomgevingen uit de Collectie NAi, was 'Nederland bouwt in baksteen' (2004). Deze interventie in de toenmalige vaste opstelling bestond uit materiaal van de eerste architectuurexpositie die museum Boijmans van Beuningen, de 'overbuurman' van het NAi, ooit toonde in 1941.
> Lees meer...
Tentoonstelling
12
oktober
2007
- 17
februari
2008
|
De grachtengordel van Amsterdam; bezongen in liederen, bezocht door
drommen
toeristen en kandidaat voor de Werelderfgoed lijst. Een prachtige herinnering aan de tijd van de glorieuze
Gouden eeuw. Maar klopt dat laatste eigenlijk wel? Een kleine NAi thematentoonstelling over de restauratiepraktijken van architect A.A. Kok gaf in 2008 antwoord op deze vraag.
> Lees meer...