
> Dienstmeisjes Jeanne Schreuder (rechts) en Finie Müller in de tuin van Huis Sonneveld, 1935. Fotograaf onbekend. Collectie NAi/BIHS
Mevrouw Sonneveld leidde het huishouden met strakke hand. Haar dagbesteding bestond in hoofdzaak uit lezen, theedrinken met haar vriendin Adriana, en het bestieren en controleren van de huishouding. Een van de dienstmeisjes, Jeanne Schreuder, haalt herinneringen op aan haar betrekking in Huis Sonneveld. “Meneer Sonneveld bemoeide zich niet met het huishouden, maar mevrouw had de knoet eronder.”
Ter gelegenheid van de restauratie van Huis Sonneveld in 2001 keerde de inmiddels hoogbejaarde Jeanne Schreuder nog een keer terug naar het huis waar ze tot halverwege de jaren dertig in de huishouding werkte. Het NAi had haar, net als andere relaties en nazaten van voormalige bewoners, uitgenodigd om zoveel mogelijk verhalen op te tekenen over het huis, het interieur en de bewoners. Het leverde een schat aan informatie op die gebruikt is bij de restauratie en de herinrichting. Als een van de laatste vertrekken wordt binnenkort een van de twee dienstbodenkamers opnieuw ingericht.
Veeleisend
Jeanne Schreuder was negentien toen ze in 1931 bij de Sonnevelds in dienst kwam. Haar collega Josephine Müller, ‘Finie’, was de oudste dienstbode en afkomstig uit Duitsland. Jeanne was onder de indruk van het huis waar ze te werk werd gesteld: ze herinnert zich de ruime vertrekken, de lichte, zachte pasteltinten en het glanzende chroom. Terwijl ze dat vertelt, poetst ze uit gewoonte een vlekje op de trapleuning weg. Toch heeft ze geen goede herinneringen aan die tijd. Haar werkadres na Huis Sonneveld was een stoffig oud huis waar ze op een donker zolderkamertje moest slapen. Dat was haar tien keer liever dan het moderne huis aan de Jongkindstraat. Ze kon er tenminste zelfstandig zijn en haar eigen werkdag indelen. Bij de Sonnevelds was het hard werken, onder een bazin die streng en veeleisend was. 
> Links: Mevrouw Sonneveld met Jeanne in de tuin. Rechts: dochter Gé met dienstmeisje Martha Karl bij het oude huis aan de Heemraadsingel. Fotograaf onbekend. Collectie NAi/BIHS
Kost en inwoning
De dienstbodes waren inwonend. Ze kregen 27,50 gulden per maand plus kost en inwoning. Ze hadden elke woensdagavond vrij, en om beurten een zondag. Een werkdag duurde tot na de avondkoffie. Daarna hadden de meisjes vrij en konden ze op hun eigen kamer naar de radio luisteren of brieven schrijven. Telefoon hadden ze niet op hun kamer. Op de vrije woensdagavond moesten ze om 22.00 uur binnen zijn. Als Jeanne door haar vrijer met de fiets werd thuisgebracht, stond Mevrouw Sonneveld vanachter het gordijn naar ze te kijken om te controleren of ze wel op tijd was. Naast de twee dienstbodes waren en nog een chauffeur en een tuinman in dienst.
Oproeplampjes
De dienstbodes waren om 7.30 uur boven om het ontbijt te verzorgen en de verwarming aan te zetten. Meneer Sonneveld kwam tussen de middag thuis voor de lunch. Mevrouw Sonneveld deed zelf alle bestellingen voor het huishouden en stelde de menu’s samen. Finie en Jeanne kookten per toerbeurt, en aten zelf pas als de familie klaar was. Jeanne weet nog hoezeer ze onder de indruk was van het prachtige uitzicht vanaf haar plek in de keuken over het open veld en de Binnenweg. Aan de tafel in de eetkamer zat een bel die in de keuken een zoemer deed afgaan. Een snoer door de tafelpoot leidde naar een stekkerdoosje onder de vensterbank. Andere oproepen kwamen via de huistelefoon, of via een van de oproeplampjes, waarvan de kleuren aangaven in welke vertrekken het personeel gewenst was: de slaapkamer, de eetkamer/salon of de bibliotheek.
Wastroggen
De was van de familie Sonneveld werd buitenshuis gedaan. De wastroggen in de wasruimte werden door de dienstbodes voor hun eigen was gebruikt. Het was ook de plek waar de was van de familie uit de stortkoker werd gehaald en in rieten manden werd gedaan om te worden opgehaald. Wat de Sonnevelds ook uitbesteedden was de beveiliging van het huis. Ze waren lid van de ‘gecontroleerde particuliere nachtveiligheidsdienst’. Zo werden Jeanne en Finie een keer opgeschrikt door een nachtwacht die een openstaand raam in de wasruimte kwam sluiten.
Poetsen
Mevrouw Sonneveld was heel precies als het op schoonmaken aankwam. Ze placht het huis te controleren op kalkkringetjes van spetters die niet goed waren weggepoetst. Jeanne weet nog goed dat ze, voor ze op haar vrije zondag weg mocht, de vloeren en de traptreden gesopt en gedroogd moesten worden. De verchroomde trapleuning moest worden afgenomen en met spiritus worden opgewreven tot ze glom. Soms moesten ook de kamers van de dochters Gé en Puck nog gedaan worden. Als het echtpaar op vrijdagavond naar een vroege filmvoorstelling ging moesten de dienstbodes de keuken een goede beurt geven. Als ze bij thuiskomst om half zeven al klaar waren was het mis. In zo’n korte tijd kon de keuken niet goed genoeg schoon gemaakt zijn. Op den duur begonnen de meisjes gewoon later aan de klus, zodat ze tenminste nog bezig waren als mevrouw thuiskwam.
> Dienstbodenkamer in Huis Sonneveld. Fotograaf onbekend. Collectie NAi/BIHS