Jacques Herzog (links), Pierre de Meuron (rechts). Foto: Roberto Frankenberg.
Tekst: Theodora Vischer, Schaulager.
"Wij hebben ons altijd laten motiveren door de wens om te leren en samenwerking heeft ons altijd de kans gegeven om iets nieuws te leren. Dat helpt ons om vooruitgang te boeken in ons werk. We zijn altijd op zoek naar de dialoog. Zo was het in het begin met ons tweeën, Herzog en de Meuron, en later ook met anderen, vooral kunstenaars."1
In 1978 richtten Jacques Herzog en Pierre de Meuron samen een bureau op. De vriendschap van hun jeugd had zich nu ook tot een professionele relatie ontwikkeld. De behoefte aan dialoog, uitwisseling van kennis en een confrontatie met de realiteit lijkt vanaf het begin voor beide architecten essentieel te zijn geweest. Die behoefte werd in het begin intuïtief toegepast, maar ontwikkelde zich in de loop der jaren tot een soort strategie die cruciaal zou worden voor hun werk.
Ontdekken
Samenwerking en dialoog hebben hier niet de betekenis van een pragmatische bundeling van krachten of een zoektocht naar overeenstemming op basis van de kleinste gemeenschappelijke deler. Het gaat hier om iets totaal anders. Als Herzog & de Meuron bijvoorbeeld met kunstenaars willen samenwerken, gaat het niet zozeer om de kunstwerken op zich, maar om de houding of benadering die erbij hoort. De kunstenaars en architecten hebben in dit geval dezelfde behoefte om de wereld te begrijpen en nieuwe, onvoorziene beelden te ontdekken.
Het onverwachte
Kunstenaars kunnen van een vraag een centrale activiteit maken zonder door omstandigheden te worden beperkt. Als ze zichzelf deze taak stellen, kunnen ze zelfs logischer te werk gaan en radicalere oplossingen vinden dan architecten. Dat is waarom Herzog & de Meuron gefascineerd zijn door kunst en waarom ze met kunstenaars in gesprek willen raken en met hen aan projecten willen samenwerken. Dat laatste is het geval wanneer ze in het werk van de kunstenaar iets begerenswaardigs vinden dat bij hun eigen denkwijze aansluit of deze stimuleert, of dat plotseling iets onverwachts aandraagt:
"Onze bereidheid om met een kunstenaar samen te werken is ook een beetje egoïstisch, in die zin dat de bijdrage die wij vragen onze architectonische visie natuurlijk enorm zal beïnvloeden, terwijl die bijdrage, naast onze eigen rol erin, uit een andere wereld komt dan de onze."
Dit soort samenwerking werkt het best als beide partijen het noodzakelijk vinden en graag de uitdaging aannemen om iets van zichzelf te geven: "Dit soort samenwerking kan niet worden geïmproviseerd. Daarvoor is voortdurende communicatie nodig. (...) Toevallig contact of een toevallige ontmoeting (...) is niet voldoende."2
Aikidomeester
Voor Herzog & de Meuron is samenwerking - althans wat hun eigen werk betreft - van existentieel belang. Dit wordt, zij het in een andere vorm, ook uitgedrukt door de bovengenoemde openheid jegens de bestaande wereld en de vergelijking met de aikidomeester die de energie van zijn aanvaller in zijn eigen voordeel omzet.
Rémy Zaugg
Aan de hand van het voorbeeld van Rémy Zaugg, met wie de architecten in de afgelopen 15 jaar verschillende keren hebben samengewerkt, wordt op deze tentoonstelling een methode voor samenwerking met een kunstenaar gepresenteerd. De muurschildering die Rémy Zaugg voor de tentoonstelling maakte, heeft betrekking op Project 143 - Vijf Binnenplaatsen in München. De muren van de tentoonstellingsruimte zijn met een groene synthetische harsverf beschilderd, die ook is gebruikt voor een van de zeven kantooringangen in München, die door Zaugg is afgewerkt. In een verticale witte rechthoek op een van de muren staat in groene hoofdletters, verspreid over zeven regels, de volgende zin:
Und gäbe es, / wenn ich einen unreifen Apfel / esse, / das Giftgrün / nicht mehr.
De ruimte gaat niet over de samenwerking aan een specifiek project. De muurschildering is eerder bedoeld om ons te laten ervaren wat de kunstenaar en de architecten door de jaren heen in een dialoog heeft verenigd: het gezichtspunt dat waarneming een instrument is om de wereld te begrijpen en te veranderen.
Noot 1 en 2 : Rémy Zaugg en Herzog & de Meuron, An Exhibition (Ostfildern-Ruit: Cantz, 1996), pag. 40; Oorspronkelijke titel Une exposition, tent. cat. (Dijon: Les presses du réel; Parijs: Éditions du Centre Pompidou, 1995).