Omslag Wendingen met een litho van Jac. Jongert, 1920
De Technische Universiteit Delft heeft in samenwerking met het NAi en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg een aantal belangrijke bouwkundige tijdschriften uit de periode 1850-1945 laten digitaliseren. Het gaat om uitgaven als Wendingen, Bouwkundig Weekblad, Architectura en Bouwkundige Bijdragen. Deze tijdschriften zijn nu via internet te raadplegen. Ze vormen de weerslag van een periode waarin het denken over architectuur volwassen is geworden.
Verzuring
Door jarenlange en veelvuldige raadpleging verkeren deze tijdschriften in slechte staat; banden en pagina's raken los, papier verzuurt en wordt bros. Om verder verval tegen te gaan is een beroep gedaan op subsidie van Metamorfoze, het conserveringsprogramma van de Koninklijke Bibliotheek. Pagina voor pagina is al het materiaal op microfilm gezet, waarna de filmbeeldjes zijn gescand tot een computerleesbaar formaat. Behoud van de tijdschriften is echter niet het enige doel. Digitalisering biedt tevens de mogelijkheid tijdschriftartikelen full text aan te bieden op internet. Dat maakt de informatie makkelijker en breder toegankelijk.
Verenigingsorganen
De gedigitaliseerde tijdschriften zijn uitgaven van twee verenigingen die een belangrijke rol gespeeld hebben bij de professionalisering van de architectuur en het beroep van de architect: de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst - later gefuseerd met de Bond van Nederlandse Architecten - , en het genootschap Architectura et Amicitia (A et A). Hun verenigingsorganen zijn nog steeds belangrijke informatiebronnen voor studenten en onderzoekers.
> Links: Omslag van Bouwkundig Weekblad, 1938
> Midden: Omslag van
Bouwkundige Bijdragen, 1879
> Rechts: Eerste pagina van Architectura, 1925.
Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst
De Maatschappij werd in 1842 opgericht, enerzijds uit optimisme over een opbloei van de bouwkunst, anderzijds uit frustratie over het lage artistieke niveau van de ontwerpen van ingenieurs en ambachtslieden. Voor het eerst werd in Nederland een scheiding aangebracht tussen ontwerp en uitvoering van een gebouw, waarbij het ontwerp het domein zou moeten zijn van de professionele, theoretisch aangelegde architect. De Maatschappij hing een beschavingsideaal aan dat het overdragen van kennis en het geven van goede voorbeelden tot doel had. De vereniging bracht van 1842 tot 1881 de Bouwkundige Bijdragen uit, gevolgd door het Bouwkundig Tijdschrift (1881-1908). Met de BNA werd het Bouwkundig Weekblad (1881-1926) uitgegeven, dat vanaf 1927 Bouwkundig Weekblad (en) Architectura (1927-1945) heette.
> Omslagen van twee afleveringen van Architectura uit
1922.
Bouwkundige prijsvragen
Een van de eerste initiatieven van de Maatschappij was het uitschrijven van prijsvragen. De uitgebreide juryrapporten werden jaarlijks gepubliceerd in Bouwkundige Bijdragen. Die rapporten vormden, samen met de bekroonde tekeningen en hun toelichtingen, een unieke combinatie van ontwerp en architectuurbeschouwing. Hierin werd de discussie gevoerd over kernbegrippen uit die tijd zoals schoonheid, waarheid, karakter, stijl en orde. In het toenmalige denken over bouwkunst waren dit deugdelijke, efficiënte toetsstenen voor het beschouwen en beoordelen van architectuur. Bouwkundige Bijdragen was niet het eerste Nederlandse architectuurtijdschrift, maar wel het eerste met een substantiële hoeveelheid oorspronkelijke bijdragen van Nederlandse auteurs.
> Detail van het titelblad van Architectura, naar ontwerp van H.J.M.
Walenkamp, 1894Architectura et Amicitia
Architectura et Amicitia werd opgericht in 1855 op initiatief van J.H. Leliman. Leliman was al lid van de Maatschappij, maar hij miste binnen die wat formele vereniging de begeestering en de vernieuwingsdrift van de jongere generatie. Het was een kleine vriendenclub van jonge Amsterdamse bouwkundigen die elkaar stimuleerden bij de beoefening van hun vak. In die beginjaren was het niet veel meer dan een Amsterdamse afdeling van de Maatschappij, met overeenkomstige doelstellingen, zoals het realiseren van een goede bouwkunstopleiding in Nederland. Pas in de jaren tachtig voer A et A meer een eigen koers. Ze ageerde tegen de neogotiek als een door de overheid gepropageerde 'officiële stijl', en tegen de Maatschappij die in deze kwestie geen duidelijk standpunt innam. A et A werd de spreekbuis van verschillende vernieuwende stemmen in de architectuur.
> Detail van het titelblad van Architectura, naar ontwerp van J. Kromhout,
1910IdealenAls verenigingsorgaan verscheen van 1865 tot 1892 De Opmerker, in 1893 opgevolgd door Architectura (1893-1917/1922-1926). De Opmerker richtte zich op architecten, ingenieurs, fabrikanten, aannemers en werkbazen. Het wekelijks verschijnende tijdschrift was actueel en praktisch, zelfs technisch van aard. Het wordt wel beschouwd als voorloper en 'oefening' voor het polemische Architectura. Tijdens de eerste wereldoorlog groeide de zucht naar vernieuwing, geïnspireerd door het gedachtegoed van de Sociaal Democraten en de Communisten in Rusland. Grootschalige uitbreidingen om iedereen van fatsoenlijke woonruimte te verzekeren was een van de idealen. Het genootschap werd door J.F. Staal en J. Gratama naar bolsjewistisch voorbeeld gereorganiseerd en excursies, prijsvragen en ledenbijeenkomsten werden geschrapt. Van 1917 tot 1932 verscheen het cultureel breed georiënteerde Wendingen, onder hoofdredactie van H. Th. Wijdeveld, als boegbeeld van een vernieuwd A et A.
> Pagina's uit het tijdschrift WendingenKrachttoerWendingen, ongeëvenaard in visuele schoonheid en baanbrekend door de aandacht voor internationale avant-garde, betekende bijna de ondergang van A et A. De uitgave van het befaamde tijdschrift was een bestuurlijke en financiële krachttoer die ten koste ging van het genootschapsleven. Wendingen slokte jarenlang vrijwel al het geld en alle aandacht van het bestuur op, terwijl steeds meer leden hun lidmaatschap opzegden. Om het tij te keren werd in 1921 de uitgave van Architectura weer hervat, maar zonder langdurig succes. In 1926 fuseerde Architectura daarom met het Bouwkundig Weekblad van de BNA tot Bouwkundig Weekblad (en) Architectura. Twee jaar later werden ook de vertrouwde verenigingsactiviteiten, excursies en prijsvragen weer nieuw leven ingeblazen. Het samengaan van de twee bladen duurde tot 1941, toen de Duitste bezetter het bestuur van de BNA afzette en er een stroman installeerde. A et A onthield zich van elke medewerking en de naam Architectura verdween uit de titel.
De digitale versie van deze bouwkundige tijdschriften is te raadplegen op de website van de
TU DelftGebruikte literatuurMaatschappij tot Bevordering van Bouwkunst : schetsen uit de geschiedenis van het genootschap / eindred. Erik de Jong ... [et al.]. - Amsterdam : Architectura & Natura Pers, 1993. - 102 p. : ill., tek., foto's ; 30 cm. - (De Sluitsteen 1993, no. 3/4)
Ambacht kunst wetenschap : bevordering van de bouwkunst in Nederland (1775-1880) / Coert Peter Krabbe. - Zwolle : Waanders ; Zeist : Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 1998. - 294 p. : drsn., foto's, ill., plgr., tek. ; 29 cm
Genootschap Architectura et Amicitia, 1855-1990 / Jeroen Schilt, Jouke van der Werf ; inl. Joost de Haan. - Rotterdam : 010, 1992. - 246 p. : ill., tek. ; 29 cm