Collectie | Petra van der Ree | 18-06-2010
Onlangs is de Prix de Rome voor architectuur toegekend aan Olv Klijn. Het is een prijs die eens in de vier jaar wordt uitgereikt aan een architect, stedenbouwkundige of landschapsarchitect tot 35 jaar. De prijs, een bedrag van 45.000 euro, betekent zowel bevestiging van talent als aanmoediging tot verdere ontwikkeling. Oorspronkelijk was de Prix opgericht om veelbelovende kunstenaars in staat te stellen kennis te maken met de klassieke oudheid, de bakermat van de Europese kunst. Maar de academische traditie om een reisstipendium aan de prijs te koppelen is ergens gaandeweg gesneuveld. In het huidige reglement staat tenminste niets over de wijze waarop het prijzengeld besteed dient te worden.
Natuurlijk, echt relevant is het niet meer om in Griekenland Dorische zuilen te gaan natekenen. Maar dat betekent niet dat in het buitenland geen inspiratie te vinden is voor de huidige architectuurpraktijk. Het loskoppelen van reis en prijs zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat architecten en kunstenaars vandaag de dag veel meer mogelijkheden hebben om op eigen gelegenheid te reizen en hun blikveld te verruimen. In de tijd dat de Prix werd opgericht vormden de Alpen nog een barrière die alleen door de grootste waaghalzen genomen werd. Misschien is het tegenwoordig ook minder noodzakelijk dat kunst en architectuur met eigen ogen wordt waargenomen: in een beeldcultuur als de onze is overal wel een representatie van voorhanden.
De NAi-collectie bevat de weerslag van een aantal Prix de Rome reizen die architecten in de loop van de twintigste eeuw ondernomen hebben. Aan sommige, zoals die van Arthur Staal, kleeft ontegenzeggelijk de romantiek van de ware pioniersgeest. Onbekende landschappen doorkruisen en inheemse bouwwijzen, volken en tradities ontdekken.
In juni 1921 won Cornelis Van Eesteren de Prix de Rome voor architectuur. Het prijzengeld gebruikte hij om in 1922 gedurende tien maanden architectuur en stedenbouw in Duitsland, de landen rond de Oostzee, Tsjecho-Slowakije en Wenen te bestuderen. Daar ontmoette hij de internationale avant-garde, en maakte kennis met Walter Gropius en Erich Mendelsohn. De verplichte tentoonstelling naderhand van zijn reisschetsen in de Rijksacademie werd door architectuurcriticus J.P. Mieras op vernietigende wijze veroordeeld. Hij noemde ze 'knoeiwerk' en 'parodieën op ultra-moderne wijzen van teekenen'. Van Eesteren vroeg zich op zijn beurt af wat voor zin het had ‘oude kapiteelen te reconstrueren of mooie tekeningen te maken van reeds tot in alle onderdelen bekende bouwwerken’. Hoe het ook zij: zijn verzoek om verlenging van zijn Prix-jaargeld om stedenbouwkundig onderzoek te doen, werd niet gehonoreerd. 

Arthur Staal maakte na het winnen van de Prix de Rome in 1936 een lange reis door het Middellandse Zeegebied, op zijn motor, met fototoestel en schetsboek. Het is waarschijnlijk de best gedocumenteerde studiereis in de collectie van het NAi.
Het werd geen gebruikelijke Prix de Rome reis naar het klassieke Italië. De Commissie van Toezicht van de Rijksacademie zag daarvan af in verband met de politieke situatie in Europa èn als ‘culturele’ straf voor Mussolini’s inval in Abessinië. Voor Staal werd een alternatieve reisroute vastgesteld. Hij vertrok in 1936, gewapend met introductiebrieven voor de Nederlandse ambassades in de landen die hij zou bezoeken. Hij reisde via Frankrijk en Spanje naar Marokko, Algerije en Tunesië en via Sicilië door naar Griekenland. Via Hongarije, Oostenrijk en Duitsland keerde hij terug naar Nederland.


Arno Nicolai is de eerste naoorlogse Prix-winnaar. Twaalf deelnemers hadden in de oorlogsjaren voor deze prijsvraag het voorexamen afgelegd maar de uiteindelijke wedstrijd was tot na de oorlog uitgesteld. In 1947 werd de uitslag bekend gemaakt: Jaap Schipper won de gouden erepenning en Nicolaï’s ontwerp voor een religieus centrum werd bekroond met het zilver. Beiden ontvingen jaargeld voor het maken van een studiereis. In vergelijking met hun voorgangers verkeerden ze in een luxe positie omdat ze zelf over hun reisdoel mochten beslissen. De mogelijkheden waren echter beperkt: het jaargeld dat in 1870 op 1.200 gulden was vastgesteld, was sindsdien niet meer verhoogd. In 1948-1949 reisden zij samen met Cora Nicolaï-Chaillet in een oude oorlogsjeep met aanhanger vijf en een halve maand door Frankrijk, Spanje, Noord-Afrika en Italië. De tocht werd vastgelegd in dagboeken, schetsen, foto’s en dia’s.


Bij NAi Publishers is op begin juni het boek Prix de Rome.nl 2010 verschenen, met tien ontwerpvoorstellen voor het Amsterdamse August Allebéplein. De opgave was om de ruimtelijke en sociale kwaliteiten van het plein te versterken als bijdrage aan een open samenleving en om het gemeenschapsgevoel van de omwonenden te stimuleren.
De vier genomineerde projecten voor de Prix de Rome 2010 en de tien beste plannen uit de voorronde zijn nog tot 3 juli te zien in Arcam, Amsterdam.
* Verplichte velden
Op: De kracht wint het (nog) niet van de macht | PcucL7 <a href="http://wlkuqtmgeelt.com/">wlkuqtmgeelt</a> > Lees meer...
Op: Gemakzuchtig architect? | Hallo Gerda,Opvallend hoe deze oude gevels en oentmrnaen geefntegreerd zijn gebleven, zelfs in het... > Lees meer...
Op: Het bericht van ons overlijden blijkt overdreven | Hi sbk --Thanks for commenting on this entry. It was loonikg rather neglected -- what with the... > Lees meer...
Op: My Architect: a son's journey | so cute! I'm sure they loved these! And I love their style! Annnnd how you captured it, and the... > Lees meer...
Op: De sociale steden van morgen | very initially "咁都唔使咒罵人地全家喺 豬 啫 當事人喺唔著 但罵嗮人地全家 無需要呀 " 無風起浪? I am/ was very disppaointed... > Lees meer...
Op: Selectie archiefmateriaal voor John Habraken | immer wieder Heinecken. Nach dem schon leengd ren Walk in Fridge -Spot aus Holland, hier der... > Lees meer...