Achtergevel van Huis Sonneveld. Foto: Ger van der Vlugt.
Museumwoning Sonneveld is een monument van het Nieuwe Bouwen. Een functionalistische architectuur die begin 20e eeuw opkwam en zijn hoogtepunt tussen de beide wereldoorlogen beleefde. Niet monumentaliteit lag aan de basis van het ontwerp, zoals bij veel traditionele architectuur, maar de functie van het gebouw en de behoeften van de gebruikers.
Gezonde leefomgeving
De architecten van het Nieuwe Bouwen gebruikten graag moderne technieken en materialen als beton en staalconstructies. Daarmee zouden ze efficiënte, hygiënische gebouwen kunnen ontwerpen. Belangrijk ook was een functionele plattegrond met open, liefst vrij indeelbare ruimtes. Een gebouw moest een open, luchtige indruk maken, in tegenstelling tot de traditionele, gesloten bouwblokken. Ze streefden naar een gezonde leefomgeving waarin frisse lucht en veel zonlicht onontbeerlijk waren. 'Licht, lucht en ruimte' werd de slogan van de Nieuwe Bouwers.
Vrij indeelbare ruimte
De uitgangspunten van het Nieuwe Bouwen zijn gemakkelijk in Huis Sonneveld te herkennen. Zowel aan de voor- als aan de achterzijde zijn grote strookvensters te zien. Deze zorgden ervoor dat in ieder vertrek veel licht binnen kwam. De vele deuren die naar de tuin en de balkons leiden maakten een intensief gebruik van de buitenruimte mogelijk. Met een staalskeletconstructie en betonnen vloeren waren er geen dragende muren meer nodig en kon de ruimte vrij worden ingedeeld. Muren werden alleen nog gebruikt om de ruimtes van elkaar te scheiden.
> De Van Nellefabriek is een van de meest typerende voorbeelden van het Nieuwe Bouwen. Foto: E.M. van Ojen. Collectie: Gemeenteachief Rotterdam
Le Corbusier
Behalve aan de regels van het Nieuwe Bouwen voldoet Huis Sonneveld ook aan de vijf punten die Le Corbusier in 1921 formuleerde voor een nieuwe architectuur in 'Towards a new architecture'. Hij wilde de natuur binnenhalen door gebruik van balkons en dakterrassen; een plattegrond zonder dragende binnenmuren en een buitengevel als een soort 'gordijn', zonder dragende functie. Hij had een voorkeur voor horizontale ramen, liefst over de hele lengte van de gevel, en propageerde het 'opgetild wonen', het verheffen van het gebouw boven de grond. Dit principe liet zich goed toepassen in Huis Sonneveld omdat de opdrachtgevers graag een inpandige garage wensten. De belangrijkste leefruimten bevonden zich niet op de begane grond, maar op de eerste en tweede verdieping.
> Balkons en terras aan de achterzijde van het huis, z.j. Foto: © Jan Kamman. Collectie: Nederlands fotomuseum.
> Grote strookvensters zorgen voor veel lichtinval, ong 1933. Foto: Collectie NAi, Archief BIHS.
Ontwerpproces
De eerste schetsen voor Huis Sonneveld werden al in 1929 gemaakt, het definitieve bestekplan was in 1932 klaar en het huis werd uiteindelijk in 1933 opgeleverd. De omvangrijke serie ontwerptekeningen van Huis Sonneveld is volledig bewaard gebleven. Aan de hand van deze tekeningen kan het ontwerpproces van de architecten gevolgd worden, maar ook de samenspraak met hun opdrachtgevers, de familie Sonneveld.
Leefwijze
Brinkman en Van der Vlugt hebben zich bij het ontwerp verdiept in de leefwijze van de familie. De vertrekken van bewoners en personeel zijn strikt van elkaar gescheiden. De kleuren van de kamers zijn gekozen in overeenstemming met de wensen van de familieleden. Ook de technische voorzieningen van het huis zijn ontworpen in samenspraak met het gezin. De architecten hebben zich bovendien tot in detail met de inrichting bezig gehouden. Ze bepaalden zelfs de plek waar de meubels in het huis kwamen te staan. Dat Brinkman en Van der Vlugt zoveel tijd en aandacht aan het ontwerp hebben kunnen besteden was te danken aan de economische malaise van dat moment. Door de beurskrach van 1929 bleven grote opdrachten als de Van Nellefabriek uit.
![]() | ![]() |