Heeft u opmerkingen of vragen over de site? Leg ze voor aan de NAi webredactie.
Nu verouderde computerapparatuur op een architectenbureau. Afbeelding uit een verkoopbrochure van Apple uit 1982, gepubliceerd op www.vintagecomputing.com
November 2007 | Er wordt tegenwoordig geen gebouw meer ontworpen zonder computer. De archieven die het NAi in de toekomst zal verwerven bestaan voor een groot deel uit digitale bestanden. Dat heeft grote consequenties voor de manier waarop dat materiaal beheerd, geconserveerd en ontsloten moet worden. Onderzoek naar duurzame bewaarstrategieën voor digitaal materiaal heeft nog geen defintieve oplossingen opgeleverd, maar voor de kortere termijn zijn al wel maatregelen mogelijk.
Erfgoedinstellingen zoals het NAi houden zich volop bezig met de digitalisering van hun collectie: het overzetten van papieren documenten naar een digitaal bestand, met het oog op conservering of beschikbaarstelling via Internet. Maar de collectie van het NAi heeft ook te maken met materiaal dat alléén in digitale vorm bestaat. Informatie dus die met software vervaardigd is en waarvan geen papieren versie bestaat: het is ‘born digital’. De conservering van architectuurarchieven krijgt daarmee een heel ander gezicht.
Ontwerpproces
Het archiveren van digitale bestanden vereist andere technieken dan het archiveren van papier, maar ook inhoudelijk ontstaat er een nieuwe situatie. Zitten de papieren archieven vol met kladjes, werkschetsen, eerste, tweede en derde versies, bij digitale archieven is het maar de vraag of al die kladversies overgeleverd worden. Het ligt voor de hand dat oudere versies van ontwerpen worden overschreven door nieuwere. Het is de vraag of digitale archieven onderzoekers nog net zo goed in staat zullen stellen een ontwerpproces te reconstrueren als het geval is met een compleet papieren archief. Een onderzoek naar het materiaal bij bureau Broekbakema (1) heeft uitgewezen dat dit architectenbureau in de regel alleen de definitieve versies in een archief bewaart.
Context
Maar niet alleen de ontwerptekeningen zijn van belang. Het NAi archiveert niet op een museale wijze, waarbij alleen de fraaiste stukken worden bewaard. Het gaat om de reconstructie van de geschiedenis, om het verhaal achter een bouwwerk. Om bijvoorbeeld de ontwerpgeschiedenis en het opdrachtgeverschap te kunnen bestuderen, is het ook nodig dat contextuele informatie bewaard blijft, zoals correspondentie, contracten en aantekeningen. Ook dat soort informatie zal veelal digitaal van aard zijn, in de vorm van e-mailtjes en Word-documenten.
Verouderde software
Een eerste probleem bij het bewaren van digitale bestanden is dat ze alleen functioneren in combinatie met een computer (hardware), een besturingssysteem en de juiste programmatuur (software). Zowel hard- als software gaan maar enkele jaren mee, daarna worden ze vervangen door versies met meer functionaliteiten. Dit betekent dat digitale documenten zonder speciale zorg na een paar jaar niet meer te reconstrueren zijn. Hardware is uit de productie genomen, opslagmedia zijn vervallen en niet meer af te lezen, en software is zo verouderd dat het document niet meer te openen is.
Archiveringsformaat
Bij het digitaliseren van materiaal wordt van te voren een geschikt archiveringsformaat gekozen. Een papieren tekening of de afdruk van een foto kun je scannen en opslaan als TIFF-bestand, een geaccepteerde standaard voor afbeeldingen en daarom veel gebruikt als bewaarformaat. Bij born digital materiaal – zoals AutoCAD-bestanden, databases, e-mails, Word-documenten en websites – heb je te maken met een veelheid aan bestandsformaten en aan versies daarvan. En die zijn meestal niet geschikt om te archiveren: ze zijn afhankelijk van bepaalde softwareapplicaties en van leveranciers die het op de markt brengen. Dat garandeert niet de lange levensduur waar bij archiveren naar gestreefd wordt.
AutoCAD-bestanden
Architecten werken bovendien veel met interactieve software. Een programma als AutoCAD produceert bestanden waarin je met een pan- of zoomfunctie de tekening kunt bekijken, of waarin je lagen in de tekening aan of uit kunt zetten. Dat specifieke gedrag van de software moet behouden blijven om het bestand in authentieke vorm weer te kunnen geven. Een tekening uit een AutoCAD-programma kun je niet zondermeer als TIFF-bestand opslaan omdat dan belangrijke informatie verloren gaat. Hetzelfde geldt voor een database of een website: de structuur ervan en de relaties tussen de opgeslagen gegevens zijn niet als een plaatje weer te geven. De functionaliteit van de software maakt deel uit van de informatie die je wilt bewaren.
Bewaarstrategieën
Er wordt veel onderzoek gedaan naar bewaarstrategieën voor digitale bestanden. Onder andere binnen het internationale GAUDI-programma waar ook het NAi bij betrokken is, maar ook bij de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief. In 2005 is bij het NAi een stage-onderzoek (2) gedaan naar mogelijke bewaarstrategieën die geschikt zouden zijn voor de (toekomstige) collectie van het NAi. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen ‘output data’ en ‘native data’. Voor de NAi collectie zijn dat relevante begrippen. Output data presenteren de digitale tekening, afbeelding of foto zoals bedoeld door de ontwerper. Met native data worden de interactieve kenmerken van het digitale object bedoeld, zoals die behoren tot de eigenschappen van de software. De conclusie die uit deze onderzoeken getrokken kan worden is dat geen van de beschikbare bewaarstrategieën een praktische oplossing biedt voor het op langere termijn duurzaam bewaren van beide soorten data. Aan de meeste technieken kleven grote bezwaren of ze zijn nog niet uitontwikkeld.
Standaarden
Toch moet het NAi nu al maatregelen nemen. Voor de kortere termijn is het raadzaam geaccepteerde standaarden te gebruiken om materiaal op te slaan. Standaarden zijn bestandsformaten die gebaseerd zijn op een gepubliceerde, niet leverancierseigen open standaard die platform onafhankelijk is. Ze worden gedefinieerd door formeel erkende standaardisatieorganen zoals ISO, NEN of W3C (World Wide Web Consortium). Voorbeelden van dergelijke standaarden zijn XML (eXtensible Markup Language) en JPEG, het opslagformaat voor digitale beeldformaten. Geen echte standaarden zijn bijvoorbeeld PDF en TIFF, omdat ze niet leveranciersonafhankelijk zijn. Toch functioneren ze in de praktijk wel als standaarden, omdat ze een ruimte toepassing vinden en er door een groot publiek massaal gebruik van wordt gemaakt.
Praktische oplossingen
Standaarden zijn geen bewaarstrategie voor de eeuwigheid, maar ze bieden wel een praktische oplossing waarmee de komende tijd de output data van digitale tekeningen en foto’s bewaard en toegankelijk kunnen blijven. Met name de standaard TIFF komt als ‘best practice’ naar voren als archiveringsformaat. JPEG is daarvoor minder geschikt omdat het oorspronkelijke bestand gecomprimeerd wordt en er dus verlies van informatie optreedt. JPEG is echter wel geschikt als gebruikersformaat. Het zijn bovendien standaarden die ondersteund worden door het CIS, het Collectie Informatie Systeem dat het NAi ontwikkelt.
Voor het bewaren van native data zijn standaarden niet geschikt omdat de interactieve kenmerken dan verloren gaan. Om een voorlopige oplossing te bieden voor interactieve AutoCAD-bestanden zouden viewers gebruikt kunnen worden. Viewers zijn hulpmiddelen om AutoCAD-tekeningen te kunnen bekijken zonder over het softwareprogramma zelf te beschikken. Dit garandeert echter geen digitale duurzaamheid omdat viewers maar een beperkt aantal bestandsformaten ondersteunen en ze regelmatig van de markt verdwijnen. Het ontwikkelen van een bewaarstrategie voor dit type bestanden is een belangrijke opgave voor de archiefwereld in de komende jaren.
In Nederland heeft de Koninklijke Bibliotheek de meeste expertise in huis op het gebied van het duurzaam archiveren van digitale bestanden. Op de website van de KB wordt verslag gedaan van verschillende projecten die zich bezighouden met het ontwikkelen van nieuwe bewaarstrategieën.
1 Duurzaamheid van digitale collectiestukken / Willeke Schouls. - Rotterdam : NAi, 2005. Eindrapportage afstudeerstage.
2 Idem
November 2007 | Nationaal en internationaal wordt veel onderzoek gedaan
naar manieren om digitale bestanden te archiveren zodat ze toegankelijk
blijven voor toekomstige generaties.
> Lees meer...
Oktober 2007 | Sinds
september is de boekencatalogus van het NAi via de internetsite doorzoekbaar.
Voorheen kon deze catalogus alleen in de studiezaal geraadpleegd worden. Deze
online catalogus is echter een tijdelijke voorziening: medio 2008 zal het
eerste deel van het nieuwe Collectie Informatiesysteem (CIS) worden opgeleverd. Via
de website is dan een aanzienlijk groter deel van de collectie doorzoekbaar.
> Lees meer...
Februari 2008 | Architecten en ontwerpers zouden zelf al de nodige
maatregelen moeten nemen om hun ontwerpen goed te conserveren en te
archiveren. Niet alleen het eindproduct, maar juist ook alle materialen
en documenten die tijdens het ontwerpproces ontstaan. Daarmee wordt
voorkomen dat ontwerpen later niet meer goed te reconstrueren of te
bestuderen zijn. Richtlijnen voor ontwerpers om hun eigen werk goed te
bewaren zijn nu te downloaden.
> Lees meer...
November 2009 | De maquettecollectie van het NAi is in zowel nationaal als
internationaal perspectief een unieke collectie. Om meer inzicht te
krijgen in de samenstelling, betekenis en positionering van deze
verzameling is een maquetteprofiel opgesteld.
> Lees meer...
Al vanaf het einde van negentiende eeuw werden architectuurtekeningen
van vooraanstaande architecten verzameld, maar pas zo’n honderd jaar
later werden die verzamelingen ondergebracht in een architectuurmuseum:
het NAi.
> Lees meer...