Heeft u opmerkingen of vragen over de site? Leg ze voor aan de NAi webredactie.
Het NDB in het Turfpakhuis aan het Waterlooplein, Amsterdam, begin jaren zeventig. Collectie NAi/NAIN
De collectie van het Nederlands Architectuurinstituut is veel ouder dan het instituut zelf: ouder ook dan de drie culturele instellingen die in 1988 samen het NAi zouden vormen: het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst (NDB), de Stichting Architectuurmuseum (SAM), en Stichting Wonen. Al vanaf het einde van de negentiende eeuw werden architectuurtekeningen van vooraanstaande architecten verzameld, maar pas zo’n honderd jaar later werden die verzamelingen ondergebracht in een architectuurmuseum: het NAi.
In 1912 was voor het eerst sprake van de oprichting van een architectuurmuseum in een beroemd geworden artikel van de architect J.H.W. Leliman in 'De Bouwwereld'. Als reactie op de aankondiging van de tentoonstelling ‘100 jaar Nederland’, pleitte hij voor een permanente vorm van exposeren in een architectuurmuseum. Hij schreef: "Terwijl iedere krabbel door een schilder van naam zorgvuldig bewaard blijft, is het de gewone gang van zaken dat de beste concepties van befaamde architecten spoorloos verdwijnen, omdat de bouwkundige tekening als zodanig [..] niet als kunstwerk bedoeld is."
Passief collectioneren
Het Genootschap Architectura et Amicitia benoemde daarop een commissie die in 1919 met het advies kwam een Rijksmuseum voor de Bouwkunst te stichten in Amsterdam. Met die aanbeveling werd weinig gedaan, maar ondertussen werd er wel archiefmateriaal verzameld, onder andere door de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst, die archieven van belangrijke architecten bewaarde. Het verzamelen in die tijd was een passieve vorm van collectioneren. De tekeningen van Cuypers zijn bewaard gebleven omdat ze op de zolder van het Rijksmuseum werden achtergelaten. In later jaren werden daar archieven aan toegevoegd, zoals bijvoorbeeld het materiaal van de bouwkunsttentoonstelling die georganiseerd was ter ere van het 25-jarig jubileum van koningin Wilhelmina (1923). Ook de Bond van Nederlandse architecten (BNA) en de Academie van Bouwkunst in Amsterdam verzamelden archivalia met het oog op een toekomstig museum. Daaraan heeft het NAi respectievelijk het archief van Berlage en de reistekeningen van Kromhout te danken. Archiefmateriaal werd dus wel bewaard, maar er werd niets gedaan aan de conservering of beschrijving ervan.
Toekomstig museum
Na de Tweede Wereldoorlog werd het idee van een Architectuurmuseum opnieuw opgepakt. In 1955 richtten particulieren de Stichting Archtiectuurmuseum (SAM) op met als uiteindelijk doel een museum voor Nederlandse bouwkunst te realiseren. De stichting stelde zich de taak om archieven ‘te verzamelen, te bewaren, te onderhouden en toegankelijk te maken voor belangstellenden’, en zo een collectie op te bouwen voor het toekomstige museum. De SAM, met als drijvende kracht architect Auke Komter, verzamelde inderdaad vele belangwekkende particuliere archieven, maar zonder enige overheidssteun was het ondoenlijk de eigen doelstelling te realiseren: het onderhouden en toegankelijk maken van het materiaal. Van een museum kwam het evenmin, zelfs niet van een eigen gebouw; het materiaal werd her en der ondergebracht.
Het Turfpakhuis
Toen de overheid belangstelling kreeg voor deze archieven werd begin jaren zeventig het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst (NDB) in het leven geroepen als zijtak van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. De RDMZ wilde zich ook met de jongere monumenten (na 1850) gaan bezighouden en vermoedde met de archieven van de SAM een belangrijke bron van documentatie in handen te hebben. Het NDB werd gevestigd in het Turfpakhuis aan het Waterlooplein, waar ook de Academie voor Bouwkunst was gehuisvest en waar een nieuw kantoor voor de BNA gepland was. Het idee was om op die locatie een mooie drie-eenheid te creëren: een opleiding, een beroepsvereniging en een museum. De boekenverzamelingen van de Academie en de BNA werden daarom bij het NDB ondergebracht. Later werd de collectie uitgebreid met eigen aankopen en met boekerijen die met archieven meekwamen, zoals die van J. Wils, C. van Eesteren en R. Blijstra. Deze bibliotheek had een belangrijke functie voor studenten, van de Academie, maar vooral van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit, die er kunsthistorisch onderzoek deden.
Rijksadministratiekantoor ‘De Droogbak’
De 35 archieven die door de SAM waren verzameld werden in 1972 officieel eigendom van de staat, en het NDB kreeg ze in beheer, evenals de bouwkundige archieven die bij het Rijksmuseum waren opgeslagen en aan hun lot waren overgelaten. Deze hele verzameling kwam in 1974 terecht in het Rijksadministratiekantoor aan de Droogbak in Amsterdam. De SAM kreeg de taak het NDB te ‘begeleiden’, maar bleef zelf ook archieven verzamelen omdat zij als particuliere stichting andere financiële bronnen kon aanboren, en niet alle architecten hun archief wilden nalaten aan het Rijk.
Verantwoord wonen
Stichting Wonen, de derde partner die in 1988 fuseerde tot het NAi, was in 1946 aanvankelijk opgericht als consumentenorganisatie die voorlichting gaf over verantwoord wonen, en tot doel had de ‘wooncultuur’ in Nederland te verbeteren. Rond 1970 verschoof de belangstelling naar de relatie van de mens met zijn omgeving in bredere zin. De stichting gaf ook stem aan actiegroepen in stadsvernieuwingswijken, en vanuit die invalshoek werd de geschiedenis van de architectuur en stedenbouw bestudeerd en gedocumenteerd. Tentoonstellingen, een tijdschrift, een bibliotheek en documentatiecentrum moesten publieke belangstelling wekken voor architectuur en stedenbouw. Vooral de bibliotheek, gevormd vanaf 1968, was met een uitgebreid knipselarchief een belangrijk onderdeel van Stichting Wonen, met een gericht aanschafbeleid dat samenhing met de activiteiten van het tijdschrift en de tentoonstellingen. Vanaf halverwege de jaren tachtig, toen duidelijk was dat een fusie met het NDB realiteit zou worden, werd er een gezamenlijk aanschafbeleid gevoerd.
Samengevoegde collecties
Na de oprichting van het NAi zijn in 1989 de archieven die nog eigendom waren van de SAM, overgedragen aan de Staat, die de hele collectie, inclusief die archieven van het NDB die al rijkseigendom waren, in beheer gaf aan het NAi. De bibliotheekcollectie van het NAi werd gevormd door de samengevoegde collecties van het NDB en Stichting Wonen. Sinds de verhuizing naar Rotterdam is de omvang van de collectie toegenomen tot bijna 500 archieven en verzamelingen en 1300 maquettes. De bibliotheekcollectie bestaat uit ongeveer 42.000 boeken, 800 afgesloten en 125 lopende tijdschrifttitels.
Het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam is het resultaat van
anderhalve eeuw inspanningen om een architectuurmuseum te realiseren.
De
vraag waar zo'n architectuurmuseum gevestigd moest worden, is lang onderwerp van discussie geweest.
> Lees meer...
Het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) is méér dan een museum. Het is een archief, museum, bibliotheek en cultureel podium ineen.
> Lees meer...
Oktober 2008 | Bescherming en versterking van de positie van de
architect in samenleving en werkveld is al sinds de oprichting in 1908
de voornaamste doelstelling van de Bond van Nederlandse Architecten
(BNA). Het archief van de BNA is nu geïnventariseerd en toegankelijk
gemaakt.
> Lees meer...
Februari 2008 | Architecten en ontwerpers zouden zelf al de nodige
maatregelen moeten nemen om hun ontwerpen goed te conserveren en te
archiveren. Niet alleen het eindproduct, maar juist ook alle materialen
en documenten die tijdens het ontwerpproces ontstaan. Daarmee wordt
voorkomen dat ontwerpen later niet meer goed te reconstrueren of te
bestuderen zijn. Richtlijnen voor ontwerpers om hun eigen werk goed te
bewaren zijn nu te downloaden.
> Lees meer...
November 2009 | De maquettecollectie van het NAi is in zowel nationaal als
internationaal perspectief een unieke collectie. Om meer inzicht te
krijgen in de samenstelling, betekenis en positionering van deze
verzameling is een maquetteprofiel opgesteld.
> Lees meer...