HENRI MACLAINE PONT: ARCHITECT, CONSTRUCTEUR EN ARCHEOLOOG,

> Henri Maclaine Pont, Technische Hogeschool Bandung, 1919-1920. Foto: G. de Vries.

Oktober 2009 | Henri Maclaine Pont (1884-1971) was een kind van twee werelden: geboren in Batavia, opgeleid tot bouwkundig ingenieur in Delft, werkzaam in Nederlands-Indië. Gefascineerd door inlandse bouwtradities, geroemd als vooruitstrevende, ‘westerse’ architect. En nu: in Nederland bijna vergeten, in Indonesië nog altijd hogelijk gewaardeerd. In de boekenreeks van Stichting Bonas verschijnt op 10 oktober een monografie over Henri Maclaine Pont: architect, constructeur en archeoloog.

Vorstenpaleis
Na zijn opleiding aan de Technische Hogeschool Delft kreeg hij in 1911 zijn eerste grote opdracht: een ontwerp voor het hoofdkantoor van de Semarang-Cheribon-Stroomtram Maatschappij. In 1919 ontwierp hij de Technische Hogeschool Bandung, een bouwwerk als een Javaans vorstenpaleis, schilderachtig en indrukwekkend tegelijk. Beide ontwerpen zijn nog steeds bijzonder: in vorm en materiaal ogen ze Indisch, maar de groepering van de lokalen rond een centrale hal was bijvoorbeeld typisch westers, te vergelijken met de Beurs van Berlage. Maclaine Pont bereikte in zijn ontwerpen volstrekt oorspronkelijke resultaten, waarin inheemse bouwtradities de inspiratie vormden voor een architectuur en constructie die aan moderne, westerse maatstaven beantwoordde.

Henri Maclaine Pont, Zuidgevel van het Hoofdkantoor SCS Tegal Java, 1911. Foto uit tijdschrift Nederlands-Indië Oud & Nieuw 1 (1916-1917)

Henri Maclaine Pont, Technische Hogeschool Bandung, 1919. Bouw van de spanten van de aula. Foto: Collectie J. Buijs Bilthoven.
> Boven: Henri Maclaine Pont, Zuidgevel van het Hoofdkantoor SCS Tegal Java, 1911. Foto uit tijdschrift Nederlands-Indië Oud & Nieuw 1 (1916-1917). Onder: Technische Hogeschool Bandung, 1919. Bouw van de spanten van de aula. Foto: Collectie J. Buijs Bilthoven.

Discours
Met de komst van westerse architecten naar Nederlands-Indië in de eerste decennia van de twintigste eeuw kwam ook het discours op gang naar de waarde en eigenheid van de traditionele, inlandse architectuur. In zijn ‘Indische reis’ vatte Berlage de kern ervan goed samen: “Er zijn daar twee partijen, waarvan de eerste beweert dat het moederland de ‘beschaving’, dus ook de kunst, aan de kolonie moet overbrengen. Van de Javaansche kunst is te weinig over om daaraan een blijvende waarde toe te kennen; terwijl de Javaan zelf, wiens meedewerking dan toch nodig zou zijn, geen kunstzin meer heeft. Mais, à qui la faute? Daartegenover staat de andere partij die rondweg het tegendeel beweert, en daartoe ook de nodige bewijzen aanvoert. De belangrijkste studies daarover zijn van de architecten Karsten, Maclaine Pont en Wolff Schoemaker.”

Archeoloog/ambtenaar
Nadat de bouw van de Technische Hogeschool in Bandung op een deceptie was uitgelopen vanwege onenigheid over bouwkosten, had Maclaine Pont een betrekking aanvaard als archeoloog/ambtenaar, belast met de inspectie van de inlandse woningvoorraad. Die functie bracht hem tot in de uithoeken van het land en leerde hem veel over traditionele bouwwijzen. Hij bestreed de opvatting dat de inlandse architectuur inferieur was aan de westerse en zich op een dood spoor bevond. Hij pleitte er juist voor de inlandse bouwtradities in ere te houden.

Armoedige rommel
Architect C.P. Wolff Schoemakers daarentegen had op Java alleen maar armoedige rommel gezien. Het werd hoog tijd dat Europeanen het goede voorbeeld kwamen geven met echte eigentijdse architectuur. Hij schreef: “Welk een armoede van expressie in de sobere baksteen- en houtconstructies. Zij duiden een begin van architectuur aan, en de scheppingsdrang schijnt hiermee ook geheel uitgeput. Mijn opvatting is dat Java geen architectuur, geen architectuurtraditie heeft.” Maclaine Pont was ernstig gegriefd door de laatdunkende uitlatingen van Wolff Schoemakers en gelijkgestemden. In de loop der jaren heeft hij in een hele reeks artikelen gewezen op deugden en schoonheid van de inlandse bouwtraditie en deze in verband gebracht met actuele bouwopgaven.

Pendopo
T. Karsten, kortstondig compagnon van Maclaine Pont, pleitte ervoor de Javanen te leren zelf verdere ontplooiing van de inheemse bouw ter hand te nemen, uitgaande van de nog levende bouwkunst. "Niet van de oude Hindoe-Javaanse, hoe belangrijk die ook mag zijn. Aangezien die bestaat uit sculpturale dode kunst die Javanen niets meer zegt, is hij nutteloos als uitgangspunt om bruikbare gebouwde ruimte mee te maken". Maclaine Pont deelde die visie. Hij wilde voortbouwen op deugdelijke inheemse concepten zoals de pendopo, een eeuwenoude constructiewijze. De kern van alle pendopo-varianten, terug te vinden in talloze tempels en andere bouwwerken, bestaat uit een centraal en opvallend solide dak op hoge kolommen. Ze waren goed bestand tegen aardbevingen en ander natuurgeweld. Hoewel de constructie ook zijn zwakheden had, zag Maclaine Pont het als zijn taak te bewijzen dat ze in moderne vorm uiterst bruikbaar was, al was het maar om Wolff Schoemakers en andere criticasters hun ongelijk te tonen.

Henri Maclaine Pont, Kerk van het Heilige Hart, Puhsarang, 1937. Foto: Collectie NAi, archief MACL.

Henri Maclaine Pont, Archeologisch veldmuseum Trawulan, 1932. Foto: Collectie NAi, archief MACL
> Boven: Henri Maclaine Pont, Kerk van het Heilige Hart, Puhsarang, 1937. Foto: Collectie NAi, archief MACL. Onder: Archeologisch veldmuseum Trawulan, 1932. Foto: Collectie NAi, archief MACL

Schokbestendig
Een van de belangrijkste voorbeelden van zijn bijzondere constructies realiseerde Maclaine Pont in Trawulan (1931) op Oost-Java, waar hij een veldmuseum bouwde voor een grote hoeveelheid door hemzelf opgegraven archeologische vondsten. Hij ontwierp een gemoderniseerde versie van de pendopo op basis van dezelfde principes. Het dak heeft gewicht en de constructie is enigszins vervormbaar. Energie wordt geabsorbeerd door speling tussen de dakpannen. Dat maakt het gebouw schokbestendig.

Pionierswerk
In zijn kerk van het Heilig Hart te Puhsarang (1937) paste hij een vergelijkbare dakconstructie toe, die zeer economisch was, bestand was tegen stormen en aardbevingen en met een ranke ondersteuning veelzijdig gebruik toeliet. Constructief gaat het om uniek pionierswerk, dat destijds volstrekt onbetreden terrein verkende. Hij beschouwde de pendopo-bouwwijze als bouwkundige noodzaak, en niet als folkloristische traditie. Dat bracht hem tot de ontwikkeling van een oorspronkelijke, dynamische constructie; ijl, maar bestand tegen natuurkrachten.

Geavanceerde dakconstructies
Zijn experimenten met geavanceerde dakconstructies zijn te vergelijken met het werk van latere architect-constructeurs als P.L. Nervi, J. Prouvé en Frei Otto. Na de Tweede Wereldoorlog zou Maclaine Pont in Nederland zich toeleggen op de verdere ontwikkeling van evenwichtzoekende dakconstructies van nog veel grotere omvang, waarvoor hij diverse patenten verwierf, zonder dat dit tot gebouwde resultaten leidde.

Citaten zijn afkomstig uit besproken publicatie.


Omslag Maclaine Pont, architect, constructeur, archeoloog

Henri Maclaine Pont (1884-1971) : architect, constructeur, archeoloog / Gerrit de Vries, Dorothee Segaar-Höweler. – Rotterdam : Stichting BONAS, 2009. 128 p. : ill., foto’s, tek. ; 26x22 cm.

ISBN: 978-90-76643-36-6
Verkrijgbaar bij de boekhandel of te bestellen bij BONAS 010 440 1353
Stichting BONAS | Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam | bonas@nai.nl |www.bonas.nl

Het boek zal op zaterdag 10 oktober om 16.00 worden gepresenteerd in de auditorium van het Nederlands Architectuurinstituut. Bij de presentatie worden korte inleidingen gehouden door de auteur van het boek Gerrit de Vries en door architect/publicist Cor Passchier.

Dit boek verschijnt op initiatief van de Stichting Bibliografieën en Oeuvrelijsten van Nederlandse Architecten en Stedebouwkundigen (BONAS). De Stichting BONAS, gehuisvest in het gebouw van het Nederlands Architectuurinstituut, houdt zich sinds 1994 bezig met het inventariseren van het werk van Nederlandse architecten, interieurarchitecten, stedenbouwkundigen en tuin- en landschapsarchitecten uit de negentiende en twintigste eeuw.

Bookmark and Share

VERWANTE ARTIKELEN

Het Nederlands-Indië van W.B. Carmiggelt
Juni 2009 | Als vroegere kolonie behoort ook Nederlands-Indië tot het verzamelgebied van het NAi. De zogenoemde Indische archieven bevatten werk van architecten als H.A. Breuning, Liem Bwan Tjie, A.W. Gmelig Meyling, J. Th. van Oyen en A.F. Aalbers. De onlangs verworven documentatie en fotoalbums van W.B. Carmiggelt zijn daarop een welkome aanvulling.
Lees meer...

Foto's uit het album van W.B. Carmiggelt
Bekijk de foto's die W.B. Carmiggelt maakte tijdens zijn verblijf in Nederlands-Indië.
Lees meer...

Bouwen voor Justitie
April 2009 | Op 7 mei verschijnt een monografie over de architecten J.F. Metzelaar (1818-1897) en W.C. Metzelaar (1848-1918). Vader en zoon werkten jarenlang voor Justitie als ‘ingenieur-architect voor de gevangenissen en de rechtsgebouwen’.
Lees meer...

De schetsboekjes van professor Gugel
De schetsboekjes van de architect en Delftse hoogleraar Eugen Heinrich Gugel werden nog net gered uit de containers van de Technische Hogeschool in Delft.
Lees meer...

Inzendingen NAi Prijs 2002
Onlangs zijn de nominaties bekend gemaakt voor de NAi Prijs 2002, een prijs die het Nederlands Architectuurinstituut, dit jaar voor het eerst, toekent aan het beste gebouw van een jonge Nederlandse architect.
Lees meer...