Een speciaal daartoe samengesteld panel beoordeelt het geluid in de loge van de Philharmonic Hall. Met helemaal links Leonard Bernstein. Foto uit: Music, acoustics and architecture / by Leo L. Beranek. - New York : Wiley, 1962
De bibliotheek van het NAi heeft van de Vereniging van Schouwburgen en Concertgebouwdirecties (VSCD) een verzameling boeken gekregen over theaterbouw. Daarbij gaat het vooral over onderwerpen als akoestiek, belichting, technische installaties en normen en voorschriften. De vraag die in deze collectie centraal staat is niet hoe een theater of concertzaal eruit moet zien, maar hoe hij moet klinken.
De schenking van de VSCD betekent een waardevolle aanvulling op de boeken over theaters en concertzalen die al eerder deel uitmaakten van de bibliotheekcollectie van het NAi. Daarin worden vooral de architectonische kwaliteiten belicht en krijgen specifieke onderwerpen als akoestiek minder aandacht. De gift bestaat voornamelijk uit Duitse, Engelse en Amerikaanse publicaties, met het zwaartepunt in de jaren vijftig, zestig en zeventig.
Galm
De manager van een beroemde concerthal had eens verklaard dat zijn zaal de perfecte akoestiek had, want overal kon je een spel op het podium horen vallen. Eugene Ormandy, dirigent van het Philadelphia Orchestra, riep toen uit: "Maar ik wil geen speld horen vallen, ik wil het orkest horen!" Wat goede akoestiek is hangt maar helemaal af van het gebruik van de zaal. De verhouding tussen het geluid dat op het podium geproduceerd wordt, en de reflectie daarvan door wanden en plafond (galm) speelt daarbij een bepalende rol. Zo is spraak slecht verstaanbaar in een galmende ruimte, terwijl muziek er juist rijker zal klinken. Theaters zitten daarom vol met geluidsabsorberend materiaal, zoals stoelen die hoog tegen oplopende wanden zijn geplaatst. Concertzalen hebben juist harde, reflecterende wanden waardoor er een lange, diffuse nagalm ontstaat.
> Boeken uit de theatercollectie geschonken door de VSCD
Festspielhaus
Hoewel concerthallen uit de negentiende eeuw soms een geweldige akoestiek hebben, ligt aan het ontwerp geen wetenschappelijk onderzoek op dat gebied ten grondslag. Zo verklaarde Charles Garnier, de architect van de Parijse Opéra, dat zijn ontwerp op geen enkel principe, en op geen enkele theorie was gebaseerd, en dat hij succes of mislukking louter aan het toeval overliet. Vóór de twintigste eeuw was er welgeteld één gebouw waarvan de architect, Otto Brückwald, zich expliciet rekenschap had gegeven van een verschijnsel als akoestiek, het Festspielhaus in Bayreuth, Duitsland. Het had geen balkons met loges, waardoor de hoeveelheid absorberend materiaal beperkt bleef. In zalen overal ter wereld is het waaiervormige ontwerp van het Festspielhaus overgenomen.
Formule
Professor Wallace Clement Sabine (1868-1919) heeft in 1898 aan de Harvard University baanbrekend werk verricht op het gebied van ruimteakoestiek. De relatie tussen het volume van een ruimte, de hoeveelheid absorberend materiaal daarin en de weerkaatsing van geluid, legde hij als eerste vast in een wiskundige formule. Daardoor kon akoestiek zich ontwikkelen tot een tak van technische- en bouwkundige wetenschap. Het betekende het begin van theoretisch en praktisch onderzoek, en de ontwikkeling van meetinstrumenten. De eerste concertzaal waarin het wetenschappelijk inzicht van Sabine werd toegepast, was de Boston Symphony Hall. Deze werd in 1900 geopend, en geldt nog steeds als een van de beste concertzalen ter wereld.
De Boston Symphony Hall. Foto uit: Music, acoustics and architecture / by Leo L. Beranek. - New York : Wiley, 1962
Van architect Leo Heijdenrijk (1932-1999) en zijn bureau het Architecten Kollektief Heijdenrijk (AKH) uit Amersfoort is in november 2000 het archief inclusief de bibliotheek aan het NAi geschonken.
> Lees meer...
Onlangs zijn de nominaties bekend gemaakt voor de NAi Prijs 2002, een prijs die het Nederlands Architectuurinstituut, dit jaar voor het eerst, toekent aan het beste gebouw van een jonge Nederlandse architect.
> Lees meer...
De Technische Universiteit Delft heeft in samenwerking met het NAi en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg een aantal belangrijke bouwkundige tijdschriften uit de periode 1850-1945 laten digitaliseren.
> Lees meer...
Februari 2012 | Als ontwerper van cultureel centrum De Flint
(Amersfoort) en De Tamboer (Hoogeveen) kreeg Onno Greiner (1924-2010)
vooral bekendheid als theaterarchitect, maar hij drukte ook een
belangrijke stempel op de bouw van psychiatrische zorggebouwen. Het NAi
heeft daarom een groot deel van zijn archief in de collectie opgenomen. Al dat materiaal is nu ontsloten en in de studiezaal te raadplegen.
> Lees meer...
Oktober 2009 | Henri Maclaine Pont (1884-1971) was een kind van twee
werelden: geboren in Batavia, opgeleid tot bouwkundig ingenieur in
Delft, werkzaam in Nederlands-Indië. Gefascineerd door inlandse
bouwtradities, geroemd als vooruitstrevende, ‘westerse’ architect. Bij Stichting Bonas verschijnt op 10
oktober een monografie over Henri Maclaine Pont.
> Lees meer...