Heeft u opmerkingen of vragen over de site? Leg ze voor aan de NAi webredactie.
J.F. Berghoef, hoofdkantoor van de ANWB in Den Haag, 1958. Fotograaf onbekend. Collectie NAi/BERX s96
November 2009 | Het werk van de traditionalistische architect J.F. Berghoef (1903-1994) is opnieuw onderwerp van onderzoek. Op de Rijksuniversiteit Groningen wordt een promotie-onderzoek uitgevoerd naar Berghoef en houden verschillende werkgroepen zich bezig met zijn oeuvre. Het NAi heeft het archief van Johannes Fake Berghoef in bruikleen gegeven aan de RUG om zo het onderzoek te faciliteren en te stimuleren.
Het traditionalisme, het werk van J.F. Berghoef en de perceptie daarvan is sinds de jaren tachtig nauw verbonden geweest met de activiteiten van het NAi, in de vorm van acquisities, tentoonstellingen en publicaties. De samenwerking van het NAi met de Rijksuniversiteit van Groningen dateert al uit die periode.
Symposium Wederopbouw
De Groningse hoogleraar Ed Taverne initieerde begin jaren tachtig een langlopend onderzoek naar de wederopbouw van Nederland. Het was breed opgezet, inclusief de bestuurlijk-organisatorische, politieke, sociale en economische kaders. De wederopbouwprojecten van Berghoef speelden een belangrijke rol in dat onderzoek. In de navolgende jaren zijn verschillende boeken, tentoonstellingen en lezingenseries aan dit onderwerp gewijd, vooral op initiatief van het NAi (toen nog het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst (NDB), de voorloper van het NAi). 
> J.F. Berghoef, woningen Middenmeer, 1946-1947. Fotograaf onbekend. Collectie NAi/BNAR f737
Op 6 april 1984 organiseerde het NDB het eerste landelijke symposium gewijd aan de wederopbouw. Onder leiding van de Utrechtse hoogleraar Pieter Singelenberg werd op dit symposium alles in het werk gesteld om de gebruikelijke tegenstellingen tussen modernisten en traditionalisten te overbruggen. In het tijdschrift Plan van dat jaar werd een reeks beschouwingen gepubliceerd over de wederopbouw in Nederland en de bemoeienis daarmee van de meer traditionalistische architecten en stedenbouwers. Op het symposium waren de Plan-auteurs en onderzoekers aanwezig, maar ook de architecten die bij de wederopbouw actief een rol hadden gespeeld, onder wie prof. ir. J.F. Berghoef en C. Pouderoyen.
Berghoef was behalve architect ook decennia lang hoogleraar aan de Technische Universiteit in Delft, waar hij in de jaren zestig zwaar werd bekritiseerd. De kritiek op Berghoef concentreerde zich lange tijd op diens ontwerpen voor een nieuw Amsterdams stadhuis, maar kwam ook van zijn studenten, die zijn dogmatische houding steeds minder accepteerden. Bernard Colenbrander schreef in zijn necrologie van Berghoef in 1994: ‘Nu moet Berghoefs critici worden toegegeven dat hij het hen moeilijk maakte om niet met hem te spotten. Dat lag aan de zalvende weergave in zijn teksten en colleges … en ook zijn zeldzame bezonnenheid zal hier niet debet aan zijn geweest.’ Dat in 1984 Berghoef en Pouderoyen op het symposium over de Wederopbouwarchitectuur waren uitgenodigd, getuigde van een nieuw klimaat, waarin voor het eerst de belangrijke bijdrage van traditionalisten aan de modernisering van de Nederlandse architectuur en bouwproductie werd onderkend.
> J.F. Berghoef en J. Vegter, ontwerp voor een stadhuis aan de Amstel, 1958-61. Collectie NAi/BERX s17
Herwaardering en rehabilitatie
Dat in de jaren tachtig het architectuurklimaat en daarmee de waardering voor Berghoef veranderde bleek ook uit de toekenning van vier BNA-kubussen in 1982 aan vier kopstukken uit de periode rond de tweede wereldoorlog, onder wie J. F. Berghoef. In de acht jaar daarvoor was deze prijs niet meer aan een architect uitgereikt, omdat, volgens de BNA voorzitter, het discours zich verplaatst had ‘van de architectuur naar de randgebieden ervan’. De periode 1980-1985 echter kende een crisis in de bouw die vergelijkbaar is met de huidige, en meer dan voorheen werd de noodzaak bepleit voor bezinning en innovatie. Dat betekende een centrale rol en verzwaarde taak voor de architect, en hernieuwde aandacht voor de wederopbouwarchitectuur. Het onderzoek van voormalig NDB/NAi medewerker Jean Paul Baeten naar het academische en ambachtelijke traditionalisme in Nederland (1987) heeft eveneens bijgedragen aan de erkenning voor Berghoef in de vakwereld.
Bernard Colenbrander, hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de TU Eindhoven, was een van de initiatiefnemers van het Wederopbouwsymposium in 1984, en een belangrijke pleitbezorger van de herwaardering van het traditionalisme. In de catalogus die hij schreef bij Stijl, de openingstentoonstelling van het NAi in Rotterdam in 1993, is Berghoef prominent zichtbaar in drie thema’s: soberheid, krachtmeting in monumentaliteit, en standaard en type in de woningbouw. Ook op de tentoonstelling zelf werden projecten van Berghoef getoond.
In zijn introductie kondigt hij de rehabilitatie van traditionalisten als Berghoef en Friedhoff aan. Architecten ‘die om reden van hun vermeend reactionaire standpunt gewoonlijk genegeerd of laagdunkend beoordeeld worden’. Hij illustreert de betekenis van Berghoef met diens bijdrage aan de ontwikkeling van de gestandaardiseerde minimumwoning in de jaren dertig. Die was niet alléén te danken aan het Nieuwe Bouwen, zoals algemeen wordt aangenomen, maar ook aan de traditionele architectuur, zoals Berghoefs woningen in Aalsmeer en in de Wieringermeerpolder. Ook de ontwikkeling van de normalisatie en standaardisatie van plattegronden en bouwmaterialen had zijn wortels in de traditionele bouw.
> Stijl, de openingstentoonstelling van het NAi in 1993 met werk van oa J.F. Berghoef. Foto: Collectie NAi
Archief en verzamelbeleid NAi
Niet lang na het Wederopbouwsymposium kon het NDB één van de belangrijkste projectdossiers uit het archief van Berghoef verwerven en opnemen in de collectie: de inzendingen voor de raadhuisprijsvraag in Amsterdam. Begin jaren negentig verwierf het NAi (zoals het NDB inmiddels heette) het complete archief, dat 154 m plankruimte beslaat. Het vormt de neerslag van de honderden projecten die deze architect in de periode 1927-1974 realiseerde. In 2003 werd het archief van de Technische Universiteit Delft verworven, dat 65 tekeningen bevatte uit de periode van Berghoefs docentschap.
De brede aanpak van het Groningse wederopbouwonderzoek had grote invloed op het verzamelbeleid van het NAi. Dit is neergelegd in het eerste acquisitiebeleidsplan dat het NAi schreef, dat voor de verwerving van wederopbouw-archieven: Op de achterstand vooruit (Jeroen Schilt, 1995). Daarin wordt Berghoef aangemerkt als één van de 35 meest vooraanstaande en invloedrijke architecten uit de periode 1945-1970. De ambitie in dit beleidsplan was echter om niet alleen archieven van de grote namen te verwerven, maar ook van de minder zichtbare architecten en stedenbouwkundigen, evenals aanverwante vakgenoten; bouwbedrijven en in de bouwwereld actieve instellingen, commissies en studiegroepen. Ze vormen tezamen een breed ‘papieren’ overzicht, en daarmee een afspiegeling van het brede Groningse onderzoek.
> J. F. Berghoef, dertig woningen voor Volksbelang in Aalsmeer, 1930. Collectie NAi/BERX 82
Traditionalisme: onderzoek en tentoonstelling in 2009
In Groningen gaat onder leiding van prof. dr. Auke van der Woud en dr. Kees van de Ploeg het lang verwachte onderzoek van start naar het complete oeuvre van Berghoef en naar de rol van de traditie in de moderne Nederlandse architectuur. In het onderzoek, uitgevoerd door promovenda Jennifer Meyer, staat zijn hele oeuvre uit de periode 1927-1974 centraal. Ook de rol van Berghoef als hoogleraar in Delft is onderwerp van onderzoek. Tijdens de onderzoeksperiode zal het NAi in samenwerking met de RUG enkele seminars organiseren.
Het archief van Berghoef (BERX) bevindt zich tot september 2011
gedeeltelijk in de bibliotheek van de universiteit in Groningen, en
gedeeltelijk op de studiezaal van het NAi. Op beide locaties is het
archief raadpleegbaar. Wilt u stukken uit het archief bekijken,
informeer dan van te voren waar die zich bevinden. In Groningen kunt u
contact opnemen met C.P.J. van de Ploeg. E-mail: c.p.j.van.der.ploeg@rug.nl, Telefoon: 050-3632379. In Rotterdam kunt u contact opnemen met de studiezaal van het NAi. E-mail: collection@nai.nl, Telefoon: 010-4401270
Charlotte van Wijk verricht aan de Technische Universiteit Delft een typologisch onderzoek naar stadhuizen, en de representatie van democratie. Zij onderzoekt in dit kader ook de kleinere raadhuizen van J.F. Berghoef. Dat zal resulteren in een overzichtwerk van 20ste eeuwse stadhuizen in Nederland.
De traditionalistische architect Gijsbert Friedhoff staat in 2009 in het middelpunt van de belangstelling in Enschede. Het Rijksmuseum Twenthe heeft een overzichtstentoonstelling samengesteld over Friedhoff, die in Enschede het raadhuis ontwierp (1929-1933). Op deze tentoonstelling zijn maar liefst 142 foto’s en tekeningen uit de collectie van het NAi te zien.
Al vanaf het einde van negentiende eeuw werden architectuurtekeningen
van vooraanstaande architecten verzameld, maar pas zo’n honderd jaar
later werden die verzamelingen ondergebracht in een architectuurmuseum:
het NAi.
> Lees meer...
Architect en hoogleraar aan de TU Delft Har Oudejans (1928-1992) maakte dia's van zijn eigen werk, tijdens reizen, voor
zijn werkzaamheden als docent en van het werk van architecten die hij
bewonderde.
> Lees meer...
Een verzameling van ruim 3500 tekeningen en foto's in bruikleen van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit
Delft toont een variëteit aan onderwerpen uit de lessen aan de Polytechnische School en delatere TU Delft: stedenbouw, architectuur, constructieleer, restauratie en kunstgeschiedenis.
> Lees meer...
Oktober 2008 | Bescherming en versterking van de positie van de
architect in samenleving en werkveld is al sinds de oprichting in 1908
de voornaamste doelstelling van de Bond van Nederlandse Architecten
(BNA). Het archief van de BNA is nu geïnventariseerd en toegankelijk
gemaakt.
> Lees meer...
Martine Zoeteman (1984)
is sinds juni 2008 werkzaam bij het NAi. Ze is afgestudeerd als architect aan
de Technische Universiteit in Eindhoven.
> Lees meer...