Heeft u opmerkingen of vragen over de site? Leg ze voor aan de NAi webredactie.
Vogelvluchtperspectief AZG, 1980. Kruisheer Hallink Arends. Collectie NAi / KRUI 51
November 2008 | Er is een inventarisatie gemaakt van archivalia van architect Jan Kruisheer (1925-2000). Kruisheer geniet vooral bekendheid vanwege zijn ontwerpen voor ziekenhuizen, waaronder het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG). Wat zijn levenswerk had moeten worden liep echter uit op een teleurstelling: al voor het in 1997 werd opgeleverd had hij zich als hoofdarchitect teruggetrokken.
De verzameling bevat geschreven stukken, een kleine hoeveelheid tekeningen en enkele foto’s. Ze vormen strikt genomen geen archief; het is documentatie die door Kruisheer zelf bijeen gebracht is met het oog op het schrijven van een autobiografie. De stukken vormen dus niet de neerslag van zijn activiteiten en ontwerpen, en geven geen compleet beeld van zijn leven en werk. Ze vertellen wel iets over zijn eigen perceptie van zijn werk en van de context waarin het ontstaan is. Het meest uitgebreid gedocumenteerd is zijn grootste en belangrijkste project, het Academisch Ziekenhuis in Groningen (1975-1997). De stukken stellen de bestaande beeldvorming ervan in een nieuw daglicht.
Partners
In 1952 behaalde Kruisheer zijn ingenieurstitel aan de TU van Delft. Twee jaar later trad hij in dienst bij B.J.K. Cramer, waar hij zich ontwikkelde tot een van de belangrijkste naoorlogse architecten op het gebied van ziekenhuisbouw. Toen Cramer in 1959 uittrad ging het bureau verder onder leiding van Kruisheer. Toetredende partners zorgden ervoor dat het bureau in de volgende jaren onder verschillende namen opereerde: Kruisheer en Hallink (vanaf 1971), Kruisheer Hallink Arends (vanaf 1980). In 1987 beïndigde hij zijn partnerschap. In 1991 fuseerde het bureau met Elffers Partners tot Kruisheer Elffers. Het bureau van Kruisheer ontwierp ondermeer het Diaconessenhuis Leiden (1963), het Sint Elisabeth Gasthuis Haarlem (1972) het Juliana Ziekenuis Apeldoorn (1973) en het Oosterschelde Ziekenhuis in Goes (1987)
Integratie
In zijn streven naar integratie en kleinschaligheid was Kruisheer een typische representant van de jaren zeventig. Een ziekenhuis beschouwde hij als een onderdeel van de samenleving dat in zijn omgeving geïntegreerd moest worden. Dat was enerzijds een reactie op de desintegratie die de voorafgaande decennia had laten zien, toen de planologie gericht was op een scheiding van functies. Anderzijds was hij ervan overtuigd dat de gebouwde omgeving gestalte diende te geven aan een integraal sociaal milieu. Kruisheer had bovendien uitgesproken ideeën over inspraak: dat was voor hem geen vrijblijvende opiniepeiling, maar een proces van koppeling en terugkoppeling om tot een beter ontwerp te komen. De documentatie van Kruisheer bevat nota’s, structuurplannen en artikelen die getuigen van deze visie.

> Organisatiemodel en integratiemodel uit 1975, met aantekeningen uit 1996. Bij het integratiemodel gaat het om de inpassing van het ziekenhuis in de stedelijke omgeving. Het organisatiemodel laat de organisatie zien van de verschillende onderdelen van het ziekenhuis. Collectie NAi / KRUI 51
Academisch Ziekenhuis Groningen
Kruisheer tekende in 1974 als hoofdarchitect van het Academisch Ziekenhuis Groningen. Het nieuwe gebouw zou stapsgewijs gerealiseerd moeten worden op dezelfde locatie als het oude, uit paviljoens opgebouwde ziekenhuis aan de rand van de binnenstad. Ziekenhuizen zijn lange tijd tamelijk gesloten instellingen geweest, met maar één ingang. Kruisheer behoorde tot de voorhoede van architecten die de openheid en toegankelijkheid van ziekenhuiscomplexen wilden vergroten. Het ontwikkelingsplan voor het AZG is daar een goed voorbeeld van.
Binnenstraten
Het plan van Kruisheer kenmerkte zich door kleinschaligheid, herbergzaamheid, bescheiden bouwhoogte en integratie van het ziekenhuis in de stad. De openheid van het complex werd bevorderd door het aanleggen van openbare wegen over het terrein, en hij stelde voor om de afzonderlijke bouwonderdelen te voorzien van een eigen ingang. Behalve een centraal medisch centrum voorzag het plan in negen beddenhuizen, met elk een eigen polikliniek, parkeergarage en ingang. Zo zou het ziekenhuis geen grote, onvriendelijke kolos worden. De verwevenheid van de diensten van het ziekenhuis met andere soorten stedelijke dienstverlening kwam tot uitdrukking in twee semi-openbare binnenstraten met winkels en terrassen.
Pompeuze poort
Halverwege de jaren tachtig nam Kruisheer na onenigheid met de nieuwe directie van het AZG ontslag als hoofdarchitect. De brieven en artikelen die Kruisheer verzamelde geven een goed beeld van de gang van zaken rond zijn vertrek en de aanpassingen die zijn ontwerp hebben ondergaan, nadat zijn functie werd overgenomen door rijksbouwmeester Wytze Patijn. De decentrale ontsluiting van het complex werd gedeeltelijk teruggedraaid. De flexibiliteit van zijn ontwikkelingsplan maakte het mogelijk om nog tijdens de langdurige bouwperiode aanpassingen te doen. Anderzijds kon de gewenste decentralisatie ook zonder veel problemen uit het plan worden geschrapt. Kruisheer was vooral ontstemd over de ingangspartij die Patijn had ontworpen, “een pompeuze poort die de kern van ons werk (de beide binnenstraten en het daartussen gelegen Centraal Medisch Complex) afdekt en die niet anders kan dan de nietigheid en afhankelijkheid benadrukken van ieder die hier binnengaat.”
> Folder voor een tentoonstelling uit 1996 over de bouw van het AZG, met een aantekening van Kruisheer. Collectie NAi / KRUI 47
Memoires
De teleurstelling over de gang van zaken was groot. In een brief aan prinses Margriet schrijft hij: “Aangezien het mij duidelijk was geworden dat het bestuur in de uitwerking van het plan om mij heen werkte en daarbij de aan het plan ten grondslag gelegde gedachten verliet nam ik bij de presentatie van het herziene structuurplan op 12 juni 1987 [..] tevens mijn afscheid als hoofdarchitect. Daarvan werd weinig ophef gemaakt, want mijn bureau en de daarmee geassocieerde Groningse architectengroep bleven betrokken bij de uitvoering van het op het oog ongewijzigde plan. Dus trok ik mij ook maar uit het bureau terug en werk sindsdien aan mijn memoires in Zwitserland.”
Genegeerd
Toen het AZG in 1997 uiteindelijk klaar was werd in de publiciteit rond de oplevering het aandeel van Kruisheer goeddeels genegeerd. Zijn documentatie bevat knipsels en een aantal brieven waarin hij daarover zijn ongenoegen uit. Het is niet onaannemelijk dat zijn autobiografie mede bedoeld was om de zaken recht te zetten. Kruisheer overleed echter in 2000 en zijn memoires zijn nooit gepubliceerd. Wel verscheen in 1996 een boek van Jan van den Noort, die de bouwgeschiedenis van het AZG beschrijft. Zijn werk mag worden opgevat als een rehabilitatie van degenen die tijdens het bouwproces op een zijspoor werden gezet.
> Een artikel uit NRC Handelsblad van 7 juni 1997. Passages gemarkeerd door Jan Kruisheer. Collectie NAi / KRUI 44
De citaten in dit artikel zijn afkomstig uit een brief van Jan Kruisheer aan Prinses Margriet uit 1997. Margriet zou de openingsplechtigheid verrichten van het AZG. Collectie NAi / KRUI 53
Meer lezen
Blokken op de bres : geschiedenis van planning en bouw van het nieuwe Academisch Ziekenhuis Groningen (1967-1997) / Jan van den Noort. - Groningen : Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG), 1999. - 191 p. : foto's, ill., krt., tab. ; 27 cm Met lit.opg.
Augustus 2009 | Marius Duintjer (1908-1983) is vooral bekend als
architect van kantoorkolossen in het hart van Amsterdam. Maar hij bouwde veel meer, waaronder twee prachtige
kerken die gerekend mogen worden tot het beste dat de naoorlogse
architectuur te bieden heeft.
> Lees meer...
September 2008 | Het NAi heeft archiefstukken van Amsterdamse School architect G.F. la Croix en het archief van zijn zoon Willy La Croix verworven. Beide archieven zijn nu geïnventariseerd en bij Stichting
Bonas verschijnt binnenkort een monografie over het werk van G.F. la Croix.
> Lees meer...
Waar vader Cuypers bleef vasthouden aan de neogotiek, lijkt zijn zoon Joseph steeds meer op zoek te zijn gegaan naar zijn eigen stijl.
> Lees meer...
UAR, de 3D architectuurapplicatie van het NAi, is nu ook operationeel in Amsterdam, en vervolgens in Den
Haag en Utrecht! Daarvoor worden honderden nieuwe stukken uit de NAi-collectie geselecteerd.
> Lees meer...
De wanden van de Voorhal van het Rijksmuseum zijn nu spierwit, terwijl ze in Cuypers' tijd overdadig gedecoreerd waren. Tijdens proefboringen zijn de oorspronkelijke wanddecoraties teruggevonden.
> Lees meer...