Heeft u opmerkingen of vragen over de site? Leg ze voor aan de NAi webredactie.
Actie tegen de stadsvernieuwing op Bickerseiland. Foto: Freddy Fleur. Collectie NAi, archief LEYP f20
Augustus 2008 | Om bij de acquisitie van archiefmateriaal verantwoorde keuzes te maken worden acquisitieplannen opgesteld: verkenningen van periodes uit de architectuurgeschiedenis. Ze brengen in kaart wat de belangrijkste thema’s en ontwikkelingen waren, en wie de belangrijkste spelers. Op basis daarvan worden prioriteiten toegekend aan te verwerven archieven. De jaren zeventig blijken een eigenzinnige en experimentele periode uit de architectuurgeschiedenis te zijn geweest, in weerwil van het truttige imago dat ze hebben.
Lees het volledige acquisitieplan voor de jaren zeventig: De geëngageerde jaren zeventig 1968-1979
Ga naar het acquisitieplan voor de jaren tachtig: De Renaissance van het ontwerp 1978-1994
Nieuwe truttigheid
De jaren zeventig hebben dankzij architect en criticus Carel Weeber geen best imago: in 1979 typeerde hij de architectuur van de afgelopen tien jaar als ‘de nieuwe truttigheid’. Toch was het een eigenzinnige en experimentele periode in de architectuur en stedenbouw. De vernieuwingsdrang kwam voort uit onvrede met het heersende modernisme en zijn massale productie, standaardisering en goedkope bouwmaterialen. Het had grootschalige, door hoogbouw gedomineerde woonwijken opgeleverd.
Humaan alternatief
Het protest tegen de uitwassen van het modernisme klonk al in de jaren vijftig bij Team 10, de afsplitsing van CIAM. Jaap Bakema en Aldo van Eyck, beide oprichters van Team 10 en redacteuren van het tijdschrift Forum, werden de aanjagers van de vernieuwingsbeweging. Die zocht naar een humaan alternatief voor de monotone wederopbouwarchitectuur. Om de kwaliteit van het leefmilieu te verbeteren was een interdisciplinaire, integrale aanpak nodig. De architectuur die hieruit voortkwam kenmerkte zich onder andere door vormvariatie, experimenten met verkavelingen en woonplattegronden, grote aandacht voor de directe omgeving van de woning en relatieve kleinschaligheid.
Vermaatschappelijking
Typerend voor de jaren zeventig is de sterke vermaatschappelijking van architectuur en stedenbouw en het geloof in de mogelijkheden van architecten om aan een betere maatschappij bij te dragen. Bewoners werden niet langer als anonieme massa’s beschouwd, maar als individuen. Architecten ontwierpen woonmilieus die aanknopingspunten boden voor een sociaal, gemeenschappelijk leven. Er kwamen gebouwen met een zo groot mogelijke vermenging van functies en er werden nieuwe woningtypen ontwikkeld voor specifieke doelgroepen: bejaarden, tweepersoonshuishoudens, alleenstaanden en sociaal zwakkere groepen. Ging het aanvankelijk vooral om woningen, de maatschappelijke vernieuwing bracht een grote verscheidenheid aan nieuwe opdrachten, vooral op het gebied van collectieve voorzieningen zoals scholen, bibliotheken en gemeenschapscentra.
Woonerf en achtertuin
Stedenbouwkundige ontwerpen werden gebaseerd op onderzoek naar het gebruik en de belevingswaarde van het landschap. Laagbouw in het groen bepaalde voortaan de algemene koers. In de jaren zeventig bestond nog slechts tien procent van de nieuwbouw uit gestapelde woningbouw, de rest bestond uit laagbouw, voornamelijk eengezinswoningen aan een woonerf met een achtertuin. Vanwege de behoefte aan privacy zijn de woningen van de openbare ruimte afgekeerd en gericht op tuinen en binnenterreinen.
Protestgeneratie
In de jaren zeventig groeide de behoefte om over het eigen lot te beschikken. Er werden emancipatie, inspraak en medezeggenschap geëist. Er heerste een breed gedragen verlangen om de maatschappij in al haar geledingen en sectoren te democratiseren. Architecten zagen inspraak als een instrument om de ontwerpopgave te kunnen aanscherpen. Ze sloten daartoe coalities met uiteenlopende maatschappelijke groepen. Dat had vooral effect binnen de stadsvernieuwing. Bewoners en architecten stelden zich gezamenlijk op tegen de overheid in hun strijd tegen stadsvernieuwingsprojecten en cityvorming.
Experimentele woningbouw
Het acquisitieplan voor de jaren zeventig gaat ook in op het architectuuronderwijs, de planologie, de monumentenzorg, het landschap en de ontwikkelingen in de stadsvernieuwing en de rol van actiegroepen daarin. Ook de experimenten in de woningbouw komen aan bod. Het besef van de verschraling van de massawoningbouw was halverwege de jaren zestig doorgedrongen tot het ministerie van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid, en leidde tot verschillende initiatieven om de woningbouw van een nieuwe impuls te voorzien. Zo werd de methodiek van de SAR (Stichting Architecten Research) uit de jaren zestig weer actueel: bouwers leveren alleen de dragers van een huis, zodat de bewoners met zogenaamde inbouwpakketten hun eigen woning kunnen realiseren, afgestemd op hun eigen behoeften.
Doe-het-zelf
Hoewel het NAi geen interieurarchieven verzamelt, wordt in het acquisitieplan ook aan de interieurvormgeving aandacht besteed om een zo compleet mogelijk beeld te geven van de jaren zeventig en verbanden aan te geven met de architectuur. Een belangrijke ontwikkeling was het doe-het-zelven: de woonconsument haalde zijn inspiratie uit tijdschriften als VT-wonen en Eigen Huis en Interieur en kocht zijn materialen bij de bouwmarkt. De grote modes waren nostalgie, puur natuur en exotisme. Ook architecten gingen zich tot in detail bezighouden met het interieur van door hen ontworpen gebouwen. Thema’s uit de architectuur werden ook op het interieur toegepast, zoals ontmoeting, herbergzaamheid en multifunctionaliteit. Daarmee werd de strikte scheiding tussen exterieur en interieur opgeheven.
Jaren zeventig interieur op de tentoonstelling Woonerven en zitkuilen: de kritische jaren zeventig. Foto: Collectie NAi
Download Acquisitieplan jaren zeventig: De geëngageerde jaren zeventig
Augustus 2008 | Om bij de acquisitie van archiefmateriaal verantwoorde keuzes te
maken worden acquisitieplannen opgesteld: verkenningen van periodes uit
de architectuurgeschiedenis. De jaren tachtig brachten een grote productie op gang met een
hernieuwde architectonische allure. De overheid bepaalde niet langer
hoe Nederland eruit zou moeten zien, maar schiep de voorwaarden voor
een levendig architectuurklimaat.
> Lees meer...
24 ontwerpbureaus nemen het voortouw. Ze kijken naar wat nu nodig is. Zij gaan verder waar de markt nog aarzelt. De internationale reizende tentoonstelling ‘Architectuur als Noodzaak’ toont ontwerpen die zijn ontstaan vanuit de ambitie om bij te dragen aan een duurzame toekomst.
> Lees meer...
Tentoonstelling
17
februari
2002
- 21
april
2002
|
De overheid wil het goede voorbeeld geven. Mooie architectuur en een prachtig ingericht landschap, daar moet Nederland voor staan. Van 17 februari tot en met 21 april 2002 besteedde het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) aandacht aan dit streven met de tentoonstelling 'De Grote Projecten, Nederlands architectuurbeleid in perspectief'.
> Lees meer...